Van nuchter jongetje naar aanvoerder van Jong Oranje

De 20-jarige Martijn Brilhuis verruilde vier jaar geleden het Twentse dorp Denekamp voor de grote stad Arnhem met maar één doel voor ogen: de volleybaltop bereiken. Inmiddels speelt hij op het hoogste niveau: de Nederlandse Eredivisie én is de jongen van 2,04 meter lang aanvoerder van Jong Oranje.

Martijn draait al enige tijd mee in de volleybalwereld. Als hij terugdenkt aan de vele gebeurtenissen in zijn (nog) korte loopbaan, komt al gauw één hoogtepunt naar boven. “Ik maakte deel uit van het team tijdens het EK in Nederland. Tijdens de superspannende halve finale maakte ik het winnende punt. Ik serveerde en plaatste de bal precies in de achterste hoek van het veld. Op dat moment kwam er zoveel los in het team. Iedereen schreeuwde. Ik kreeg over mijn hele lijf kippenvel en ik hoorde het publiek juichen,” vertelt de Denekamper.

Vanaf dat moment droomt Martijn van de grootste prijzen in zijn sport volleybal. “Ik zou heel graag het Olympisch goud om mijn nek willen hangen. Die kans is natuurlijk niet heel groot, maar ik hoop dat we in ieder geval ooit kunnen deelnemen aan de Spelen,” zegt hij ambitieus.

Een echte familiesport

Martijn werd op 30 januari 2001 geboren in het Twentse Denekamp. Hij groeide samen met zijn ouders, zijn zus en zijn zusje op. Hoewel de meeste jongens in zijn klas voetbalden, kwam de nu 20-jarige er al snel achter dat deze sport niet voor hem weggelegd was. “Ik heb twee linkervoeten van mijn ouders gekregen. Ik bakte er he-le-maal niks van. Ik heb het wel geprobeerd, in een heel laag team, maar op een gegeven moment kom je erachter dat je toch beter bent in een andere sport. In mijn geval was dat volleybal. Ik wilde graag kijken hoever ik kon komen in de volleybalwereld dus toen ben ik ervoor gegaan.”

Toen de Denekamper een jaar of zeven was, begon hij met volleyballen bij de plaatselijke volleybalvereniging DeVoKo. “Mijn moeder werd gebeld door DeVoKo met de vraag of ik het leuk zou vinden om in een jongensteam te volleyballen. Ik ben toen maar gegaan en sindsdien ben ik nooit meer gestopt,” vertelt hij lachend.

De familie Brilhuis is altijd al een actieve familie geweest. “Mijn moeder, mijn zus en mijn zusje volleyballen allemaal. Het is een echte familiesport geworden bij ons. Mijn vader is ook sportief aangelegd dus hij heeft er ook gevoel voor. Daarnaast zijn wij allemaal vrij lang. Wat natuurlijk een groot voordeel is in de sport.” Niet alleen Martijn, maar ook zijn zusje Joanne is op weg naar de absolute top in het volleybal. “Mijn zusje speelt inmiddels ook in de Eredivisie bij Set Up ’68. Ze speelt ook in Jong Oranje dus zo nu en dan zien we elkaar bij Topsportcentrum Papendal in Arnhem.” 

“Bij het RTC kreeg ik een rapport met scores. Daaruit bleek dat ik de potentie had om de top te bereiken.”

Uit huis op je 16e

Martijn had het naar zijn zin bij de Denekampse volleybalvereniging. Hij speelde samen met zijn vrienden in de blauwe clubkleuren. Toen zijn trainer hem opgaf voor een regionale selectietraining begon het balletje te rollen. “Mijn trainer gaf me samen met een andere teamgenoot op voor de regionale selectietraining en zo kwam ik bij het regionale talentencentrum (red. RTC) terecht. Bij het RTC kreeg ik een soort rapport met scores. Daaruit bleek dat ik de potentie had om de top te bereiken. Volgens die score zou ik in de eredivisie of zelfs in het buitenland kunnen gaan spelen, mocht alles lukken. Vanaf dat moment gaat er toch wel een knopje om in je hoofd,” zegt de topsporter.

Via het regionale talentencentrum kwam ook de kans op een plekje in het Nederlands team steeds dichterbij. Samen met ongeveer tweehonderd andere, lange jongens werd Martijn uitgenodigd voor een selectietraining voor Pre-jeugd Oranje. “Ik liep die enorme gymzaal binnen en ik dacht alleen maar ‘ik probeer het gewoon’. Ik kwam steeds een ronde verder en er vielen steeds meer jongens af. Op een gegeven moment trainde ik iedere week met de laatste 24 jongens. Het eerste toernooi zou plaatsvinden in Italië en dan hoop je natuurlijk dat je mee mag. Ik had niet door of ik één van de betere jongens was of dat ik juist op het randje van afvallen zat.”

Uiteindelijk wordt Martijn geselecteerd en zit hij bij de laatste 16 jongens. Zijn eerste toernooi voor Oranje was een feit. “Ik had niet verwacht dat ik mee zou mogen. Je weet nooit hoe de trainer over je denkt en of je het goed doet. Vervolgens werd ik tijdens het toernooi benoemd als aanvoerder. Als aanvoerder moet je veel in het veld staan om je teamgenoten te ondersteunen. Het kwam voor mij onverwachts, maar het gaf me wel een heel goed gevoel om het team te gaan leiden.

“Dafne Schippers loopt hier gewoon door de gang. Daar klets je dan even mee.”

Volleybal werd steeds meer een deel van Martijns leven. Hij besloot om van middelbare school te wisselen, omdat zijn oude school geen topsportregeling kon bieden. “Na 3 havo ben ik overgestapt naar CSG Het Noordik in Almelo, omdat ik hier mijn topsportschema beter kon regelen. Ik vond de school in Almelo verschrikkelijk en ik had altijd het gevoel dat de andere leerlingen me zagen als die ‘rare topsporter’ met allerlei voordelen. Als ik een keer een saucijzenbroodje zat te eten in een tussenuur kreeg ik meteen de vraag of dat wel mocht van mijn trainer,” vertelt de Denekamper.

Martijn was dan ook blij toen de trainers van Talentteam Papendal hem vroegen of hij bij hen wilde spelen. De toen 16-jarige moest daarvoor wel zijn ouderlijk huis verlaten en intern op het Topsportcentrum Papendal in Arnhem gaan wonen. “Ik kreeg de kans om weer van school te wisselen. Deze keer een school met alleen maar topsporters. Je bent een keer niet anders dan de rest. Je voelt je weer ‘normaal’. Ik twijfelde heel erg om de stap te zetten naar Papendal, maar ik merkte dat veel teamgenoten de keuze al wél hadden gemaakt. Doordat je weet dat je niet alleen bent, is het al makkelijker om zo’n belangrijke beslissing te maken,” zegt Martijn. 

“Mijn directe tegenstander was een gigantische speler van meer dan twee meter lang.”

De volleyballer is nog altijd blij met de keuze die hij destijds maakte. “Je laat veel achter, maar je krijgt er ook heel veel voor terug. Je leert zoveel nieuwe mensen kennen. Dafne Schippers, wereldkampioene op de 200 meter sprint, loopt hier gewoon door de gang. Daar klets je dan even mee. Je wordt zo goed opgevangen en iedereen zit in hetzelfde schuitje. Het voelt bijna als een familie hier.”

Eerste keer in het oranje shirt

Martijn heeft inmiddels al tientallen interlands gespeeld onder de Nederlandse driekleur, maar de eerste keer zal hij nooit vergeten. “Mijn eerste officiële wedstrijd was in Italië tegen het Italiaanse jongensteam. Italië staat bekend als hét land met de beste volleyballers. Zij zijn zo ontzettend goed. Het was bloedheet in die zaal. Die jongens waren gemiddeld nog een kop groter dan wij. Wij waren lange slungeljongetjes en we hadden nog geen spieren. De verdediger van Italië had op 15-jarige leeftijd al een volle baard, dat heb ik nu, vijf jaar later, nog steeds niet! Ja, daar schrik je dan toch wel van.”  

In de loop der jaren heeft Martijn veel ervaring opgedaan en zo speelt hij ook op het hoogste niveau in Nederlandse volleybalcompetitie. “Van DeVoKo maakte ik de overstap naar het Talentteam Papendal in de Eredivisie. Ik had nog nooit in een herenteam gespeeld. We speelden de eerste wedstrijd tegen Orion, een topvolleybalteam in de competitie. De eerste wedstrijd waar ik bij was, mocht ik meteen het veld in. Mijn directe tegenstander was een gigantische speler van meer dan twee meter lang. Ik vond dat heel spannend. Je komt in de eredivisie ook veel oud-internationals tegen die echt veel bereikt hebben in hun carrière,” vertelt de volleyballer.

De landskampioen

Met zijn 2,04 meter lang is Martijn geen kleine jongen meer. Er volgt zelfs een nieuwe stap in zijn carrière. Zijn telefoon staat roodgloeiend met aanbiedingen van verschillende topclubs. Hij is gewild. Ik heb een contract getekend bij Draisma Dynamo uit Apeldoorn. Zij zijn de landskampioen van het afgelopen seizoen. Ik weet nog niet goed wat mijn rol in het team zal zijn. Ik vind het in ieder geval belangrijk om veel minuten te maken en Dynamo durft het aan om met jonge spelers te gaan spelen. Dat geeft mij veel vertrouwen.” 

Naast zijn overvolle topsport-agenda studeert Martijn ruimtelijke ontwikkeling aan Hogeschool Saxion in Deventer, maar dat staat voor nu op een lager pitje. “Eerst de top bereiken en dan kijk ik wel verder,” lacht hij.

Dit artikel is geschreven door journalisten van PubliekPlein, een samenwerking tussen RTV Oost en studenten journalistiek. Zij publiceren verhalen en artikelen over dromen van inwoners van Noordoost-Twente. Wilt u uw verhaal doen, of wilt u meepraten over deze onderwerpen? Mail ons dan op infopubliekplein@gmail.com