De wind die blijft waaien

Op een dag waaide de wind in De Blesse, waar een molen stond tussen Steenwijk en Wolvega, die De Mars als naam had. De wind ging door de wieken, terwijl een jongeman op zijn klompen aanvoelde dat hij na een korte rust toch echt van het een naar het ander moest komen.

De keuze gaf de doorslag en omdat alles nieuw was, viel het hem op dat de kleur van de lucht zacht kleurde, wat al snel opging in de rokerige, zilte en smeulende geur die door de Dr. Schaepmanstraat in Brunnepe trok, richting een huis waar tot nu toe een onbekende voor hem woonde. Maar dat alles verdween al snel, want hij ging zich zorgen maken over werk en over problemen die nog moesten komen.

Het is 1 april 1961 en het was helder.

De eerste periode bracht hem vooruit. De winst zorgde voor een hoopvolle blik van een van zijn voormannen, die hem aan deze florissante dag hielpen herinneren. Hij voelde verbroedering, een soort onaantastbaarheid. Ze lachten en balden hun handen tot een vuist. Zijn kameraden hadden er een voorman bij.

Helaas veranderde dit een paar maanden later, want de tijden veranderden en hij hoorde de woorden die bleven hangen:
“Hendrik, je bent niet meer nodig.”

Verslagen liep hij door de straat. De fiets ging slalommend om hem heen, maar hij merkte het nauwelijks. Zijn hoofd, tenietgeslagen, zakte naar beneden en hij zag de grijze tegels terwijl hij ijsberend de weg overstak. Zijn haren stonden overeind, zijn adem versnelde en hij voelde een druk op zijn borst. Hij was radeloos. Het vocht stond in zijn ogen en hij voelde zich overgeleverd aan zijn lot.

Op dezelfde avond was de tafel afgeruimd en tobbend liet hij, vol ongeloof, zijn hoofd op tafel vallen. Stilletjes, en in spijt, dacht hij aan 10.000, 3.000 en 110.000 volt en aan zijn klas in Alkmaar, waar het niet allemaal beter van werd. Uiteindelijk besloot hij het voor nu maar in vrede te noemen. Zwolle nam de grote IJsselmij over en hij had geen inkomen meer.

Onheilspellend werd hij opgeschrikt door muren en gedachten. Wat als dit? Waarom zo? De kamer leek kleiner te worden en de stilte drukte zwaar op hem. Tot een ex-collega hem naar de drempel van zijn deur wist te krijgen, met een toon van schuld in zijn stem, die vroeg of hij terug wilde komen.

Perplex, nog steeds verslagen maar ook opgelucht, zat hij in de woonkamer.

De koffie dampte en de tuindeur stond open. Verschillende mensen spraken met elkaar in zijn tuin. Hij begon te beseffen dat terughoudendheid niet goed voor je is. Hij wist hoe belangrijk contact en een mening hebben was. Deze mooie tijd sloot hij af met een verhuizing, omdat dat beter was voor hem en zijn omgeving.

Pling, klonk het in de Vermuydenstraat. De buurvrouw drukte zonder te kijken op het knopje en gaf hem geen blik waardig. Hij en zijn geliefde voelden echter liefde voor hun nieuwe plek. Het was een nieuw begin, een plek waar opnieuw verbinding kon ontstaan.

Iedereen uit de Vermuydenstraat stond aan de kade en liep van de wal het schip op. Hij glimlachte terwijl ze in de grote kajuit van het schip zaten. Zijn blik kruiste die van een dame die op verdieping twee woonde en in gesprek raakte met een dame van verdieping vier. Dit resulteerde erin dat ze bij elkaar op de koffie gingen. Haar trouwe ogen beantwoordden de zijne met een lieve blik.

Hij bedacht zich dat de molen nu wel zijn laagste punt had bereikt na al die mooie jaren, en er vloeide een traan omlaag over zijn wangen.

Het feest in De Amandelboom, jaren later in de Flevowijk in Kampen.

Zacht maar kletterend gaven de koffiekopjes een geluid op tafel als ze op het dienblad belandden en alle stoelen bezet waren. De ruimte was gevuld met stemmen, gelach en kleine gesprekken. Een straal zonlicht scheen op zijn schouder en gaf hem het gevoel van een oude vriend, een liefde die hij ooit zo beminde, en hij sloot zijn ogen.

Ingewikkeld, want de gevoelens overstemde elkaar en het geheel kwam samen op dat moment. De vrouw in de roze tenue raapte alle kopjes bijeen terwijl de gesprekken doorgingen.

Het zooitje oude rotten staarde elkaar met een schalkse blik aan en hun blikken kruisten elkaar, terwijl er een zekere ironie hing met een ondertoon van herkenning en verbondenheid.

Opnieuw sloot hij zijn ogen en hij vond de zon op zich wel fijn.

Twee armen omhelsden hem en een glimlach met twee appelwangen die rood werden verscheen op Christina’s gezicht, terwijl ze in haar speech vertelde dat het feest meer over hem zei. Dat ze vond dat hij niet stopte waar dingen gebleven waren, maar juist doorging voor mensen die er niet bij konden zijn en daarom een middag organiseerde.

In dat teken had hij deze middag georganiseerd.

“Henk is iemand met een heel goed hart, hij wil het voor iedereen goed doen.”

Er ging een lichte onzekerheid schuil in Christina’s blik en toen hij zijn duim opstak, kreeg ze de goedkeuring waar ze zo op hoopte.

Achter De Amandelboom ligt een park waar dezelfde wind waait. Diezelfde wind waaide ook door de molen, jaren geleden. Afhankelijk van de molenaar werden de wieken in rust, feest, rouw of vreugde gezet.

De wind waaide door zijn grijze haren terwijl hij een stukje brood in de vijver op het water liet vallen. Hij keek hoe het langzaam wegdreef, terwijl de rimpelingen zich verspreidden over het oppervlak.

En even leek alles samen te komen.

De wind.
Het verleden.
En het heden.

De wind bleef waaien.