Zijn alternatieve woonvormen een oplossing voor de woningnood?

Door de woningnood kijken steeds meer mensen naar alternatieve vormen van wonen. Het bouwen van ecodorpen, tiny houses en kangoeroewoningen is de laatste jaren populairder geworden onder zowel jongeren als ouderen. Maar zijn die alternatieve woonvormen ook de toekomst? 

Aan de rand van een nieuwbouwwijk in Olst staan 12 huizen van het project Vriendenerf. Begin 2012 begon een groep alternatievelingen met het realiseren van hun droom voor een kleinschalig woonproject. Een project waarbij duurzaamheid voorop staat en essentiële voorzieningen zoals een wasmachine of auto met elkaar gedeeld worden.

Het begint met een droom

In het gemeenschappelijke bijgebouw zitten de bewoners van Vriendenerf om de koffietafel heen. Iedere ochtend is het gebouw open voor bewoners om met elkaar koffie of thee te drinken. Françoise Takken was vanaf het prille begin bij het project aanwezig. ‘Voordat Vriendenerf begon, hebben mijn man, Willem, en ik het wel eens met vrienden gehad over onze droom om een woonproject te starten. Van al onze vrienden, was er maar één vriendin die zoiets wel zag zitten. Uiteindelijk zijn we informatieavonden gaan houden voor geïnteresseerden. Vanaf de eerste bijeenkomst waren er vier huishoudens die mee wilden doen.’

Rol van de gemeente

Wethouder Marcel Blind

De groep besluit het idee van hun woonproject voor te leggen aan de gemeente. Ze stellen de vraag op het juiste moment, want de gemeente heeft nog een stuk grond beschikbaar waar geen projectontwikkelaar op zit. De groep richt een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) op, zodat ze zelf zeggenschap hebben over de te realiseren woningen. Wel nemen ze een adviseur in de arm om het project in goede banen te begeleiden.

Wethouder Marcel Blind, van de Gemeente Olst-Wijhe, houdt zich bezig met het onderwerp wonen. ‘Als gemeente zien we een groei in het aantal innovatieve woonprojecten. Vriendenerf heeft veel zelf gedaan, waarbij de gemeente klaar stond ter ondersteuning. Innovatieve woonprojecten nemen veel tijd in beslag, maar zijn bovenal erg inspirerend.’

Ondanks dat innovatieve woonprojecten meer tijd kosten in de voorbereiding dan reguliere bouw, kiest de gemeente Olst-Wijhe ervoor om en/en te doen, omdat er steeds meer vraag is naar innovatie, juist nu in tijden van de woningnood. Dit ziet de gemeente ook door het aantal kavels dat ze de afgelopen jaren hebben verkocht, aan inwoners die hun eigen woonwens wilden vervullen. De gemeente wil door onder andere innovatieve woonprojecten de woningcrisis aanpakken. Zo streven gemeenten naar 10 tot 20 % nieuwe, innovatieve woonvormen. Denk aan Innovatieve woonconcepten als Novito, Woon400 en Tiny Housing Twente. Daarbij willen ze de samenwerking opzoeken met de bouwsector om het ook betaalbaar te houden. Wethouder Blind zegt: ‘In mijn beleving is dit een deel van de toekomst. Met betrekking tot de krapte op de woningmarkt willen we inzetten op extra woningbouw, namelijk 1000 tot 1200 woningen en ook willen we de keuzevrijheid in woonmilieus vergroten.’

Van droom tot realisatie

De groep besluit kleine, duurzame huizen te bouwen. De woongroep heeft bij de bouw een belangrijk uitgangspunt gekozen. Françoise zegt: ‘Als je ouder wordt, woon je meestal in een huis wat te groot is, de kinderen zijn het huis uit en je blijft achter met veel spullen. Het merendeel gebruik je niet vaak en kan je prima delen. Denk aan een kruiwagen of wasmachine. Het voelde voor mij als een bevrijding om niet zoveel spullen meer te bezitten. Daarnaast zorgt dit project er ook voor dat je niet vereenzaamd.’ Ook Thea Wiegers zit al vanaf het begin bij de groep. Destijds woonden vrienden van haar en haar man, Jaap, in een soortgelijk woonproject in Boxmeer. De ervaring van hun vrienden, wakkerde ook bij Thea en Jaap het vuur aan om anders te wonen. ‘Toen wij in de krant lazen over Vriendenerf, wisten wij meteen dat we mee wilden doen.’ Volgens Thea ontstaan initiatieven zoals, met meerdere bewoners een auto delen, minder snel in een ‘normale’ wijk waar mensen elkaar minder spreken.

In de zomer van 2017 is het woonproject van Vriendenerf voltooid. De twee vrouwen erkennen dat hun project snel van de grond is gekomen. ‘Het heeft ons 5 jaar gekost om hier te kunnen wonen, dat is vlug. In deze tijden met de woningnood zet je niet zomaar even een project op. Je hebt eerst grond nodig en dat is al een lastig euvel’, zegt Thea. ‘We hebben groepen gesproken die na 3 jaar nog geen grond hebben door de woningnood’, aldus Françoise. Inmiddels geeft Vriendenerf bijeenkomsten aan startende groepen om hen te adviseren.

De toekomst

In de Woonagenda West-Overijssel hebben de provincie Overijssel en de Overijsselse gemeenten afspraken gemaakt over de woningmarkt voor de periode 2021 tot 2025. In de woonagenda wordt geconstateerd dat het verduurzamen van bestaande woningen een uitdaging is, maar dat een regionale aanpak een goede kans van slagen heeft. Gemeenten willen met bijzondere woonconcepten blijven experimenteren en ook met nieuwe vormen van rood-voor-rood. Rood-voor-rood is een regeling waarbij je bijvoorbeeld een oude schuur kan slopen en op datzelfde stuk grond een huis kan neerzetten. Ook geeft de gemeente een subsidie voor nieuwe wooninitiatieven. Een kanttekening bij deze subsidie is dat je wel aan bepaalde voorwaarden moet voldoen om deze ook te ontvangen.

In het rapport ‘Kansen in Overijssel’, van de Provincie Overijssel, wordt benoemd dat de provincie van plan is om ongeveer 42.000 woningen te laten bijbouwen tot 2030. De provincie wil van die 42.000 woningen, niet alleen ‘normale’ woonwijken laten bouwen, maar ook woningen waarbij duurzaamheid, innovatie en toekomstbestendigheid voorop staat. Op deze manier wil de provincie ernaar streven dat er in de toekomst geen leegstand meer is. Of dit plan ook daadwerkelijk zo uitgevoerd gaat worden en een oplossing zal bieden voor de woningnood, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Er wordt nog een rondje koffie ingeschonken. Met veel enthousiasme gaat Thea ondertussen verder over het woonproject. ‘De discussie is er op dit moment dat er te grote huizen gebouwd worden. Ik ben van mening dat kleine huizen de woningnood kunnen verminderen en dat in combinatie met duurzaamheid, veel kan doen voor onze planeet. Het is de toekomst om op deze manier te wonen en de eerste initiatieven zijn er al.’

Foto’s woonproject: Vriendenerf
Foto Wethouder: Gemeente Olst-Wijhe/Jean Nieuwenhuis

Lees ook deze verhalen

Ondernemers beleggen graag in vastgoed, dit is waarom

Hoe werkt een starterslening?

Geen ouders, geen onderdak: ‘Wat moet je doen om gehoord te worden?’