Het gebruik van landbouwgrond: een oplossing voor de woningnood?

Volgens cijfers van het CBS bezit de agrarische sector maar liefst 69,5 procent van de grond in Overijssel. Maar wat als we een deel van deze grond gebruiken voor het bouwen van de huizen? Zou dat dan de woningnood tegengaan? We praten erover met wethouder van Almelo Jan Martin van Rees en Harold Zoet, voorzitter van LTO Noord regio Oost.

Wethouder van Rees vertelt dat het gebruiken van landbouwgrond voor woningbouw niet iets is van deze tijd. Het gebeurt al jarenlang. Een aantal jaren geleden werden er in Almelo zogenaamde uitleggebieden bouw- en woonrijp gemaakt. Toentertijd bekend onder de naam Almelo waterrijk. Doordat de woningmarkt rond 2010 en 2011 juist heel erg instortte werden de gebieden echter niet gebruikt voor woningbouw.

Van Rees: “In principe gaat de voorkeur van de provincie en de gemeentes nu uit naar bouwen binnen de bebouwde kom. Als het echt niet anders kan wordt er gekeken naar uitbreidingslocaties: meestal zijn dat landbouwgronden. Onze gemeente heeft vlak voor de zomervakantie een woonvisie vastgesteld. Die woonvisie moet inzicht geven in welke woonbehoefte er is in een stad, welke behoefte er wel en niet is ingevuld en hoeveel uitbreiding of krimp je nodig hebt. Voor de gemeente Almelo betekent dit dat er een uitbreiding moet komen van 1600 woningen tot het jaar 2035. De bevolking groeit niet, maar doordat er minder mensen in de huizen wonen, moet je toch meer woningen bouwen. Die 1600 woningen kunnen we heel goed invullen binnen de bebouwde kom en misschien nog met een deel in een uitbreidingsgebied.”

Verschuiving

Maar met dat aantal woningen is een gemeente er nog niet. In Nederland hebben we namelijk een woningtekort van 1 miljoen huizen en dat woningtekort kan niet alleen worden opgevuld in het westen van het land. Dat zal betekenen dat er een verschuiving gaat plaatsvinden richting het oosten.

“De provincie verwacht dat van die 1 miljoen huizen de regio Twente 20.000 woningen gaat invullen de komende jaren. Dat betekent dat er een kleine verschuiving gaat plaatsvinden van mensen uit het westen naar het oosten van het land. Dat wordt ook wel bovenregionale behoefte genoemd. Wij gaan ervan uit dat Almelo van die behoefte 1500 tot 2500 woningen gaan invullen. Dat komt dan bovenop die 1600 woningen op die wij zelf nodig hebben in onze gemeente. Dat zal betekenen dat deze extra woningbouw tóch moet worden gerealiseerd in de uitleggebieden, oftewel op landbouwgrond. We zetten alles op alles om het gebruik van uitleggebieden te beperken. We kiezen als eerste voor bouwen binnen de bebouwde kom, maar met deze aantallen te bouwen woningen kan het niet anders.”

Dilemma

De meningen over het gebruik van landbouwgrond zijn erg verdeeld. Gemeentes kunnen aan de ene kant alle huizen die nodig zijn niet kwijt binnen de bebouwde kom en moeten uitwijken naar landbouwgrond. Aan de andere kant hebben we landbouw ook nodig voor ons dagelijkse voedsel.

Harold Zoet is voorzitter van LTO Noord, regio Oost. Een land- en tuinbouworganisatie die, zoals ze het zelf noemen, een schakel vormen tussen leden, overheid, maatschappij en het bedrijfsleven. Ook bij hen speelt het onderwerp maar ligt het net even anders dan binnen de gemeente.

“Je moet realistisch kijken naar de situatie. Het inwonersaantal in Nederland neemt steeds meer toe en er is meer behoefte aan woningbouw. Dat is iets waar je ook al agrarische sector over na moet denken. Wat er op dit moment gebeurt is dat de behoeftes en de weg die we ingeslagen zijn met elkaar nogal confronterend is. We kijken op dit moment wel heel gauw naar landbouwgrond. Ik heb mijn twijfels of er wel op lange termijn gedacht wordt. We hebben 18 miljoen mensen in Nederland die allemaal willen wonen, maar we hebben ook 18 miljoen mensen te voeden. Ik vraag me af of daar wel een balans in is. Of we moeten zeggen: we gaan al ons voedsel importeren en we maken van Nederland een grote stad. Er gebeurt heel veel, maar niet op lange termijn. Ik zou graag een balans willen zien: wat betekent het een voor het ander? Mensen moeten wonen, maar ze moeten ook eten.”

Wethouder Van Rees zegt echter dat het niet van de laatste jaren is dat landbouwgrond gebruikt wordt voor woningbouw. “Het is helemaal niet gek om landbouwgrond op te offeren voor woningbouw. De afgelopen tientallen jaren heeft Nederland dat al gedaan, om te voorzien in de behoefte aan nieuwe woningen. Het is heel gebruikelijk, we kunnen niet anders. Gelukkig is de woningnood hier in oosten nog niet zo groot als in het westen.”

Alternatief

Maar wat is dan een alternatief? In andere landen kiezen ze vaker voor hoogbouw, maar de meeste Nederlanders zien zichzelf liever niet in metershoge flats wonen.

Van Rees: “Ik was onlangs in Spanje en daar bouwen ze alles in de hoogte. Dat zou een alternatief zijn. Dan hoeven we de landbouwgrond niet op te offeren. Maar gaan we met z’n allen de hoogte in? Ik denk het niet. Uiteindelijk zijn dat keuzes die we maatschappelijk met elkaar maken.”

Harold Zoet voegt daaraantoe: “In Nederland willen we graag een royale kavel met een lap grond eromheen, maar je zou toch vaker kunnen kijken naar hoogbouw om zo het woningnoodprobleem tegen te gaan. Het is nu denk ik belangrijk om efficiënt en op maat te bouwen door bijvoorbeeld in ruimtes boven winkels te gaan wonen. Meteen kiezen voor landbouwgrond heeft meer gevolgen dan je denkt. We hebben een fantastisch klimaat om voedsel te produceren en dat hoor ik de laatste tijd te weinig.”

Foto: Beetje