“Het tijdperk van alleen homoseksueel, lesbisch of hetero zijn is voorbij”

Tegenwoordig lijkt het wel of de LHBTI+ gemeenschap alsmaar lijkt te groeien. Steeds vaker hoor je dat er iemand uit de kast komt als homoseksueel of als biseksueel. Transgenders, mensen die niet in het juiste lichaam geboren zijn of non-binaire mensen, mensen die zich geen man of vrouw voelen, zijn nu ook niet meer zo onbekend. Onderzoekster van Vizier Oost, Eveline van Hilten–Rutten vraagt zich af of de LHBTI+ gemeenschap groeit of dat er simpelweg meer aandacht uitgaat naar de verschillende vormen binnen de letters. “Over 10 jaar hebben we het misschien niet eens meer over non-binair, want daar zitten dan verschillende gradaties in.’’

“Het aantal groeit en daardoor wordt het bereik groter’’ vertelt sociaalwetenschapper Laurens Buijs. Jongeren zijn de genderidentiteiten en seksualiteiten aan het verkennen. Sterker nog, ze zetten de beweging voort van de homo-emancipatie die in 1971 is begonnen. Jongeren willen niet in één hokje horen. Dit bedenken en ontdekken van de LHBTI+ omgeving kan ook gevaarlijk zijn vertelt Buijs. “Als iemand homo is, maar dat niet wilt zijn, zegt hij maar dat hij wat anders is, zoals panseksueel of biseksueel. Op deze manier ontkent hij het homo zijn. Hij gebruikt het als het ware als een vluchtroute.’’

Freerk Jager van het COC Twente-Achterhoek is het hier niet helemaal mee eens: “In absolute zin denk ik niet dat de LHBTI+ gemeenschap toeneemt. We zien dat dit aantal door de jaren heen wel wisselt, maar toch blijft het altijd wel constant.’’ Volgens Jager durven mensen zich meer open te stellen, ze durven zichzelf meer te zijn. Dit is vooral te zien onder de transseksuelen en de biseksuelen. Voor hen was het lange tijd een taboe om zichzelf te zijn, maar nu durven ze zichzelf wel bloot te geven. Zo lijkt het alsof de gemeenschap groeit, maar blijft het bij schijn. “Mensen hoeven hun gevoelens en identiteit niet meer te onderdrukken, ze mogen het nu laten zien.’’

Hoewel we nu zien dat er genders en seksualiteiten bijkomen, is het nog maar de vraag of die over 10 jaar nog bestaan. “Er is nu een revolutie gaande met het verzinnen van nieuwe soorten en varianten binnen de LHBTI+, dat is ook een beetje hip, maar we moeten nog maar eens zien welke blijven hangen en welke niet.’’ vertelt Laurens Buijs. Eveline van Hilten–Rutten zegt dat het niet duidelijk is of er genders en seksualiteiten gaan wegvallen. Zij vindt het vooral belangrijk dat gemeenten een beleid hebben om LHBTI+’ers te steunen. “Christelijke gemeenten zijn nog erg behouden en mensen durven het niet zo goed aan. Terwijl een regenboogvlag ophangen, bijvoorbeeld, alleen maar steun biedt en het is niet de bedoeling om de mensen die LHBTI+ met moeite of niet accepteren in een hoekje te duwen.’’ Zij vindt dat mensen vooral het dialoog aan moeten gaan.

Terwijl deze toename van verschillende vormen en letters toeneemt, vindt Van Hilten–Rutten het inmiddels zo breed worden dat het niet meer duidelijk is welke letters bij de LHBTI+ horen. Dit heeft tot gevolg dat de kleinere groepen die bij de LHBTI+ gemeenschap horen minder acceptatie ervaren. Aseksuelen en transgenders in Overijssel ondervinden zo nog altijd minder acceptatie dan cisgenders en homoseksuelen. De zelfacceptatie ligt bij deze groepen ook lager. Waar het cijfer voor zelfacceptatie onder de cisgenders op de 9,21 ligt, ligt het voor de aseksuelen gemiddeld op een 8,43 en voor transgenders op een 8,73 (Vizier en Radboud Universiteit, 2021). ‘’Deze normafwijkende groepen ervaren minder acceptatie, omdat ze niet zo zichtbaar en bekend zijn.’’ Van Hilten–Rutten vertelt ook dat genderidentiteit op meerdere vlakken een rol speelt dan seksualiteit. “Als je op het werk komt dan maakt het niet uit of je thuis een vriend of vriendin op de bank hebt zitten, maar als je aangesproken wilt worden als man, vrouw of non-binair of niet in een hokje wilt horen dan wordt het al moeilijker en heeft dit dus ook op meerdere vlakken invloed.’’

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (2018) blijkt dat vrouwen het makkelijker hebben dan mannen om zichzelf te uiten. 3,3% van de vrouwen is eerder biseksueel dan lesbisch, mannen zijn daarentegen eerder homoseksueel dan biseksueel. “Dat komt door de norm,’’ vertelt Buijs, “vrouwen krijgen meer ruimte om met hun vrouwelijkheid om te gaan.’’ Vrouwen zijn over het algemeen al diverser dan mannen. Neem als voorbeeld de kledingkeuze; vrouwen hebben lang of kort haar, broeken of jurken aan en ze dragen gympen of hakken. Mannen dragen een spijkerbroek, trainingspak of een pak en daar blijft het wel bij. “Mannen moeten stoer zijn en zich op een bepaalde manier gedragen als ze met vrienden zijn. Dit zorgt ervoor dat jongens eerder in de kast blijven, maar dit verandert wel.’’ Hoewel vrouwen minder rekening houden met hoe anderen over hen denken, zijn mannen hier wel mee bezig. Toch zorgen rolmodellen als Harry Styles ervoor dat jongens en mannen zich kleurrijker en diverser gaan kleden. “Ik denk dat het moeilijk wordt om over 200 à 300 jaar nog het verschil tussen een man en vrouw te zien’’ vertelt Buijs.

Tegenwoordig wordt het steeds minder een issue of je een bepaalde genderidentiteit of seksuele voorkeur hebt. Hoewel er nog een evenwicht tussen hetero’s, homoseksueel en transgenders moet worden gevonden zien we wel steeds meer vormen van representativiteit ontstaan voor de LHBTI+ gemeenschap. “Netflix probeert  bijvoorbeeld steeds om telkens een diverse cast te selecteren. Dan kijken ze niet alleen naar ras of kleur, maar ook naar gender en seksuele voorkeur.’’ Vertelt Eveline van Hilten–Rutten. Dichter bij huis zien we het ook, zo zien we in de grotere gemeentes van Overijssel dat er meer aandacht uitgaat naar de LHBTI+ gemeenschap. “Hoewel de acceptatie blijft stijgen, moeten we er wel aan blijven werken.’’ vertelt Jager, “Nederland loopt best wel achter op de rest van de wereld. Het feit dat je hier nog geen X mag neerzetten bij het geslacht op een paspoort laat dat al zien. De Nederlandse overheid moet accepteren dat er meer is dan een man-vrouwrelatie en dat laten ze nu nog te weinig merken.’’ Laurens Buijs vindt ook dat er gewerkt aan moet blijven worden. Hij hoopt dat mensen meer de overeenkomsten tussen elkaar gaan zien in plaats van alleen de verschillen. “Het is tijd om elkaar terug te vinden.’’

Auteur: Merle van Erve
Foto: Wokanda, Pixabay