100 procent bereikbaarheid 112 niet te garanderen: hoe kan dat?

Het kan levens redden: 112. En daarom is het belangrijk dat ons noodnummer overal bereikbaar is. Maar die bereikbaarheid is volgens experts niet volledig te garanderen. Hoe komt dat?

Voorop gesteld, het Nederlandse mobiele netwerk is één van de beste mobiele netwerken van de wereld. Uit onderzoek van netwerkonderzoeker Umlaut, blijkt dat twee Nederlandse telecomproviders (T-Mobile en KPN) in de top vijf staan van beste netwerken van de wereld in 2020. Uit onderzoek van diezelfde netwerkonderzoeker, blijkt dat T-Mobile, KPN en Vodafone zeer hoog scoren op het gebied van mobiel belnetwerk.

Het Nederlandse netwerk is dus van hoge kwaliteit op het gebied van bellen. Alle providers zitten dicht tegen de 320 punten aan die maximaal te halen zijn bij de ranglijst die netwerkonderzoeker Umlaut heeft opgesteld. Ook kan je bijna overal in Nederland bellen en internetten met je mobiel.

Toch is 100 procent dekking niet altijd te bereiken. Dat schrijft het Agentschap Telecom in een rapport uit 2018 waarin ze de bereikbaarheid in de gemeente Weststellingwerf (Friesland) onderzocht: “Ondanks het feit dat Nederland een zeer hoge dekkingsgraad kent, zullen er altijd locaties zijn waar verminderde dekking is.” Hoe komt dat? En is het echt niet op te lossen?

Hoe werkt 112?

Eerst de basis, hoe werkt 112? Normaal gesproken kun je alleen telefoneren via zendmasten die van het bedrijf zijn waar jij een abonnement hebt afgesloten. Dat is bij het bellen van het noodnummer anders. Dan maakt je telefoon verbinding met de dichtstbijzijnde antenne in de omgeving, ongeacht of de persoon die het alarmnummer belt een abonnement heeft bij de eigenaar van de antenne.

Normaal gesproken kan een beller alleen bij zijn eigen zendmast (de witte) terecht, maar in nood kan er ook met andere zendmasten verbinding worden gemaakt.

Dat zorgt voor een grotere bereikbaarheid van 112. Die bereikbaarheid wordt extra vergroot, omdat je 112 ook kan bellen als je geen beltegoed of simkaart hebt. TNO noemt in een rapport uit 2015 nog een garantie, namelijk dat 112-gesprekken in het mobiele netwerk prioriteit krijgen boven ander spraak- en dataverkeer.

Toch gaten in de dekking

Ondanks een goede dekking gaat het niet altijd goed, blijkt uit datzelfde onderzoek van TNO. Bij een test, die vooral in het oosten van het land gehouden werd, ging het in bijna 99 procent van de gevallen goed, bij een kleine 1 procent dus niet. Uit het recentere onderzoek van het Agentschap Telecom in de gemeente Weststellingwerf bleek dat daar in 99,6 procent van de gevallen een verbinding tot stand kwam. “Meervoudige lokale problematiek”, zou ervoor zorgen dat de 100 procent niet gehaald kon worden.

Problemen met bereikbaarheid ontstaan vooral aan de randen van de gedekte gebieden, legt Hendrik Rood (telecomexpert bij Stratix) uit: “In principe is het zo dat als jij verder weg staat van een mast, je telefoontoestel harder moet werken, want anders kom je niet binnen.”

Vooral in landelijke gebieden kan het voorkomen dat je ver van een mast staat, legt Sonia Heemstra de Groot, directeur van het Center for Wireless Technologies aan de Technische Universiteit Eindhoven uit. Dat komt omdat daar cellen, het gebied dat een antenne dekt, groot is: “In dichtbevolkte gebieden kunnen cellen erg klein zijn, ongeveer 100 meter, maar in landelijke gebieden zijn ze groot, aangezien er maar heel weinig gebruikers zijn.” Een typische celgrootte in landelijk gebied is 20 kilometer. “En radiosignalen worden verzwakt terwijl ze zich voortplanten van zender naar ontvanger. Hoe groter de afstand, hoe zwakker het signaal.” Daarnaast speelt ook mee dat doordat de afstand groter wordt, de kans dat het signaal door iets geblokkeerd wordt ook stijgt.

In dichtbevolkte gebieden, zoals bijvoorbeeld steden, zijn de afstanden tot zendmasten over het algemeen een stuk kleiner dan in meer landelijke gebieden.

Blokkades

Die blokkades worden bijvoorbeeld gevormd door bomen met bladeren, legt Rood uit. In die bladeren zit namelijk water. Daar komen radiosignalen minder makkelijker door. Daardoor kan bereik in de winter beter zijn, omdat er dan geen bladeren aan de bomen zitten, vertelt Heemstra de Groot: “Met name als het ontvangen signaal in de winter net voldoende is voor een correcte ontvangst, kan het voorkomen dat in de zomer door de bladeren het ontvangen signaal te zwak is, waardoor er geen dekking is.”

Bebouwing speelt ook een rol in het proces: “Radiofrequenties worden gedempt door stenen, glas en metaal”, zegt Rood. “Vooral metaal is een probleem, dat werkt als een spiegel.” Maar ook locaties van gewapend beton, zoals parkeergarages, dempen het signaal. “Zelfs kippengaas kan bepaalde frequenties al verstoren”, vult Rood aan.

Bereikbaarheid in gebouwen garanderen is daarom lastig, meldt André Kokkeler, Universitair Hoofddocent van de groep radiosystemen van de Universiteit Twente: “Als je binnen bent, is het sterk afhankelijk van hoe het gebouw gemaakt is of je verbinding krijgt. Voor telecomproviders het lastig om daar dan ook garanties voor af te geven.” Dat is ook de reden dat alleen aan buitendekking eisen worden gesteld.

Hoe komt het dat water straling tegen houdt?
“Dat kan je vergelijken met de werking van een magnetron”, legt Hendrik Rood (telecomexpert bij Stratix) uit: “Een gedeelte van de radiosignalen waarmee je belt zit heel dicht bij de frequenties van de magnetron. Als je iets in een magnetron stopt, dan wordt door straling het water in beweging gebracht en daardoor wordt het product warm.” De energie van die straling wordt opgenomen door het water en daardoor wordt het signaal zwakker. “Als je met je mobiel belt, die ongeveer dezelfde frequenties heeft als je magnetron, dan wordt die straling door het water in de bladeren gestopt.”

Andere oorzaken

Ook capaciteitsgebrek is een van de oorzaken die genoemd wordt in het onderzoek van het Agentschap Telecom uit 2018: “Als veel inwoners tegelijkertijd mobiel bellen of internetten, dan legt dit grote druk op de capaciteit van het antenne-opstelpunt.” Als er dan onvoldoende capaciteit is, is dat van invloed op de mobiele bereikbaarheid en de kwaliteit daarvan. Bij overbelasting van het netwerk is het mogelijk dat men tijdelijk verminderd of geen bereik ervaart. Wel krijgt een 112-melding bij drukte voorrang.

Slechte dekking kan ook veroorzaakt kunnen worden door de telefoonantenne en een verkeerde houding, staat in een rapport van Agentschap Telecom uit 2015: “Uit (…) Deens onderzoek blijkt dat de invloed van hand en hoofd op de gevoeligheid van een mobiele telefoon substantieel kan zijn.” Hendrik Rood legt uit: “Mensen bestaan voor 70 procent uit water, dus als jij tussen de telefoon en de zender staat belemmer je het signaal. Het kan soms helpen om 180 graden te draaien.”

Het hele land vol met zendmasten

Meer zendmasten zouden ervoor kunnen zorgen dat we dichterbij de 100 procent komen, zegt Kokkeler: “Het is een kosten-batenanalyse. Je kunt het percentage wel omhoog schroeven, maar je moet wel kijken welke inspanning je daarvoor moet verrichten.” Maar dan zijn nog steeds niet alle problemen opgelost, volgens Hendrik Rood: “Je moet er dan zoveel zenders bijzetten en je krijgt nog steeds geen perfectie.” Volgens Kokkeler kan je het vergelijken met het weer: “Je kunt het weer met grote nauwkeurigheid voorspellen, maar niet waar het precies gaat regenen, hoe vaak en hoeveel milliliter.”

Het is net zoals het weer:
“Je kunt het met grote nauwkeurigheid voorspellen, maar niet waar het precies gaat regenen, hoe vaak en hoeveel milliliter”

André Kokkeler, Universitair Hoofddocent, van de groep radiosystemen Universiteit Twente

Dat gebrek aan nauwkeurigheid valt wel voor een deel op te vangen, aldus Rood: “Je zou dat kunnen oplossen door als telecombedrijf, continu meetauto’s rond te laten gaan. Maar waar een wagen een paar maanden niet is geweest, kan de situatie weer veranderd zijn.”

100% niet haalbaar

Stijn Wesselink, woordvoerder bij KPN, bevestigt dat volledige dekking niet te halen is: “Er zullen altijd plekjes zijn, in een natuurgebied of in een grensregio, waar beperkingen zijn. Helemaal 100 procent zullen we dus niet kunnen halen.”

Toch betekent het niet dat er niet iets kan veranderen: “Soms kan dat door antennes anders te richten”, zegt Wesselink, maar soms zijn oplossingen niet zo eenvoudig en kost het tijd om dingen te verbeteren: “Als je mobiel bereik wilt verbeteren met een nieuwe zendmast, dan moet je meestal een vergunning krijgen van de lokale overheid en heb je te maken met inspraakprocedure. Dat kan soms een traject van de lange adem zijn, uiteindelijk willen we zo goed mogelijk en zo breed mogelijk bedekken, maar die 100 procent daar moeten we eerlijk over zijn, dat is niet reëel.”

De bereikbaarheid van 112 is goed geregeld in Nederland, mede omdat er meerdere netwerken gebruikt kunnen worden, je zelfs zonder beltegoed of simkaart kan bellen en je ook voorrang krijgt op andere oproepen. Toch is 100 procent garantie niet te geven, ook niet als er meer zendmasten worden geplaatst. Er zullen altijd omstandigheden kunnen zijn, waardoor 112 toch niet goed bereikbaar is.

AFBEELDING: FREEPIK en TOM BOLHUIS