Overijsselse politiek zoekt oplossing voor woningnood, maar hoe realistisch zijn ze?

In het hele land hebben we te maken met een groot woningtekort, zo ook in Overijssel. Alleen al in onze provincie moeten er in de komende jaren zo’n 90.000 woningen worden bijgebouwd. Daarmee moet een groot deel van het woningtekort in de provincie zijn verholpen, maar een makkelijke opgave zal dat niet worden. Hoe kijkt de politiek in Overijssel hiernaar en zijn hun ideeën realistisch?

Volgens Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft, is het nog niet zeker dat Overijssel het woningtekort oplost door 90.000 woningen bij te bouwen. ‘Die woningmarkten staan niet los van elkaar. Stel je voor dat Overijssel haar woningtekort oplost, maar de buurprovincies (Utrecht, Flevoland, red.) doen dat niet, dan krijg je toch trek naar Overijssel. Dat kan je niet los zien van elkaar.’

Politieke oplossingen

Toch zoekt de Overijsselse politiek naarstig naar oplossingen. ‘Wat je ziet is dat het een probleem is wat je als Overijssel niet in één keer kunt oplossen’, zegt CDA-statenlid Wim Duitman. ‘We zullen moeten kijken op welke wijze we gemeentes kunnen gaan ondersteunen om die opgave in te gaan vullen, want ik denk dat het uiteindelijk voornamelijk een gemeentelijke taak en opdracht is.’

PvdA-statenlid en fractievoorzitter Annemieke Wissink komt met een aantal ideeën. ‘Ten eerste moet de provincie een actieve rol pakken en samen met de gemeentes kijken waar er gebouwd kan worden, in plaats van wachten waar de markt mee komt. Ook zou de provincie een Vliegende Brigade* kunnen inroepen.’ Net als Wissink ziet Duitman ook dat er duidelijk een tekort is aan ambtelijke capaciteit.

*Wat houdt een ‘Vliegende Brigade’ in?

Dat houdt in dat de provincie een aantal ambtenaren beschikbaar zou stellen met bijvoorbeeld veel verstand van ruimtelijke ordening, procedures of andere belangrijke dingen. Veel gemeentes hebben namelijk moeite om de plannen erdoor te krijgen met de ambtenaren die ze hebben, omdat het er op dit moment te weinig zijn. Daardoor lopen woningbouwprojecten vertraging op.

‘Dat speelt in heel veel gemeentes’, ziet Boelhouwer, als hem wordt gevraagd naar de tekorten in ambtelijke capaciteit. ‘Zelfs in Amsterdam, waar ze een heel groot en sterk ambtenarenapparaat hebben. Daarvan worden er ook wel eens ambtenaren uitgeleend aan de provincie of andere gemeenten. Maar zelfs daar zie je dat de plannen soms worden getemporiseerd, omdat ze niet de capaciteit hebben.’

Om daarvoor een oplossing te vinden op korte termijn is heel moeilijk, stelt Boelhouwer. ‘In Nederland hebben we het zo ingewikkeld gemaakt.’ Wel denkt hij dat ambtenaren veel slimmer kunnen worden ingezet. ‘Wat heel bepalend is, is de omvang van zo’n locatie. We bouwen nu vooral binnenstedelijk. Dat zijn vaak kleine plannen en kost heel veel ambtelijke capaciteit. Dus je kan proberen wat grotere plannen te maken.’

Starters in de knel

Voor starters is het erg lastig om een betaalbare woning te vinden. Een starterslening, die in sommige gemeenten aan te vragen is, helpt daar niet per se bij. ‘Op het moment dat starters heel makkelijk extra geld kunnen lenen, dan zie je dat ook weer terug in de prijzen van een huis’, aldus Duitman. ‘Waar je onderaan de streep volgens mij naar op zoek bent, is dat er een gezonde doorstroming op de hele markt komt.’

Ook Wissink ziet voornamelijk nadelige effecten in zo’n starterslening. ‘Wat je ziet is dat starters duurdere huizen kopen. Waar ze eerder een ander huis gekocht zouden hebben, kopen ze nu ineens een duurder huis. Daardoor maken ze ook meer schulden. Daarom moet je goed kijken of je met een starterslening bereikt wat je ook echt wil bereiken.’

Beide partijen kijken in ieder geval naar doorstroming op de huizenmarkt, waardoor er ook ruimte ontstaat aan de onderkant van de markt voor starters. ‘Misschien moeten we ons wel meer gaan richten op seniorenwoningen, zodat daar doorstroming op gang komt’, aldus Duitman. Wissink ziet graag de overdrachtsbelasting voor starters naar nul gaan, terwijl die voor pandjesbazen omhoog gaat. Alleen moet dat wel landelijk worden geregeld.

Volgens Boelhouwer is het in ieder geval een goed idee om ook in te zetten op die seniorenwoningen. De verlaging van de overdrachtsbelasting voor starters vindt Boelhouwer een prima idee. ‘Starters hoeven dan minder eigen geld mee te nemen.’ Minder enthousiast is hij om het beleggers heel lastig te maken. ‘Die verhuren de woningen immers vaak weer aan jongeren die nog niet willen of kunnen kopen.‘

Hoe nu verder?

Boelhouwer heeft zelf ook ideeën over de aanpak van de woningnood. ‘Op de middellange termijn kan je zorgen dat je meer woningen bouwt, maar dat gaat gewoon veel tijd kosten. Ook kan je nieuwe woningen in bestaande gebouwen organiseren. Daarbij kan er dus ook meer gefocust worden op de ouderen. Maar je kan het ook mogelijk maken om meerdere mensen in één huis te laten wonen.’

‘Wat je ook kan doen, en dat kan heel snel, is tijdelijke woningen organiseren’, vervolgt Boelhouwer. Daarmee doelt hij op de bouw van prefab woningen. Deze worden gemaakt in fabrieken, zoals circulaire woningen (gemaakt van hergebruikte of duurzame materialen, red.). ‘Die kun je heel snel neerzetten en die kun je 15 tot 30 jaar laten staan. Maar die kan je ook elders weer permanent neerzetten. Daar kan veel meer op worden ingezet.’

Er zijn op de korte termijn dus zeker mogelijkheden, ziet Boelhouwer. ‘Deels kunnen die korte termijn maatregelen de lange termijn ondersteunen. Als je goede tijdelijke woningen neerzet, kan je die later weer gebruiken op permanente plekken of in recreatieparken. In Overijssel zijn er behoorlijk veel vakantieparken, dus dat zijn keuzes die je kan maken’, besluit Boelhouwer.

(Hoofdfoto door: Michiel Verbeek/Wikimedia Commons)

Meer weten over de woningnood in de provincie Overijssel? Een overzicht van het laatste nieuws vind je op Publiekplein. Volg ons ook op Facebook en Instagram voor de laatste updates. Zelf ook te maken met de woningnood in de provincie Overijssel? Laat het ons dan vooral weten via social media of de mail.