”Als het zo moet, dan hoeft het van mij niet meer”

Ik zit in het kantoor van mijn behandelaar. De grote ramen rechts van mij laten het felle zonlicht naar binnen. De tijd tikt traag voorbij. Het whiteboard dat altijd volhangt met allerlei briefjes is leeg. Geen post-its met hele verhalen erop. Geen uitleg over mijn autisme. Het is leeg. Mijn gedachtes beginnen te racen. Wat is er aan de hand? Mijn behandelaar slaat zijn handen in elkaar en kijkt mij aan. Zijn wenkbrauwen gefronst. De moed zinkt in mijn schoenen. Hij haalt eens diep adem, ‘’Phaedra, je bent chronisch suïcidaal.’’

Phaedra was negen jaar toen zij haar eerste depressieve klachten kreeg. Klachten van zelfbeschadiging en zelfdoding waren niets bijzonders. ‘’Ik wilde niet dood, ik wil gewoon rust.’’ vertelt Phaedra. Pas in 2017, zes jaar later, besloot ze dat het tijd was om er iets aan te doen. Het kon zo niet langer. Ze zat in de klas, het witte briefpapier van haar school lag op haar tafel. Haar klasgenoten keken verveeld om zich heen. Ga maar een brief schrijven waarin je jezelf aan de mentor voorstelt. Dat was de opdracht die ze op dag één van haar derde jaar op de middelbare school kreeg. ‘’Dit was mijn moment om al mijn gedachtes en problemen op tafel te leggen. Het is nu of nooit.’’ En dat deed ze. Phaedra schreef alles op wat ze kon, al haar gevoelens kwamen te liggen op dat ooit witte papier. ‘Als ik zo verder ging, zonder te praten, hoefde ik niet meer te leven.’’

Phaedra ging altijd maar door en door, haar problemen durfde ze niet te delen. Het was bij haar thuis dan ook niet gebruikelijk om over gevoelens en emoties te praten. Het begon allemaal bij de scheiding van haar ouders in 2008. ‘’Thuis hebben wij nooit zoveel met emoties gedaan, dus eigenlijk sinds die scheiding heb ik zoiets gehad van: oké, wij praten er niet over. Toen heb ik voor mijzelf besloten dat het er niet mag zijn als ik er ook niet over praat. Ik ben eigenlijk al heel lang mijn emoties aan het onderdrukken.’’ Deze onderdrukking heeft ook voor meerdere paniekaanvallen gezorgd. Ze zat op bed toen ze merkte dat ze weer een paniekaanval kreeg, de precieze aanleiding weet ze niet. Het werd warm en tegelijkertijd ook koud. Haar hart ging als een bezetene tekeer. Haar benen trilden, maar het stoppen dat kon ze niet. Phaedra ging meer en meer nadenken, waardoor ze ook begon te hyperventileren. ‘’Ik zat zo hoog in mijn emoties, dat ik bijna begon te huilen.’’ vertelt ze. Huilen dat kan Phaedra niet meer, al 13 jaar lang heeft ze geen traan gelaten. ‘’Ja en daarom duurt die paniekaanval natuurlijk langer en kan ik alleen maar wachten tot het stopt.

Het niet praten over gevoelens, de blijvende gedachtes van zelfdoding en zelfbeschadiging hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat Phaedra in 2019 voor het eerst werd opgenomen. Ze was toen 17 jaar en moest verblijven op een volwassenenafdeling in Almelo. Het was een groot gebouw, bestaande uit drie verschillende afdelingen. Iedere afdeling had een eigen woonkamer, keuken en medicijnkamer. Die medicijnkamer zat elke dag tot 21 uur op slot. Pas om 21 uur mochten de bewoners hun medicijnen meenemen naar hun kamer. ‘’Nee dat was echt niet fijn, dat ik niet bij mijn medicijnen kon.’’ Phaedra zou namelijk binnen twee weken jarig zijn en dat was toch echt een ramp. ‘’Ik wilde geen 18 worden, maar dan ook echt absoluut niet.’’ Ze was daarom al aan het plannen om zichzelf wat aan te doen en het feit dat ze niet bij haar eigen medicijnen kon, hielp niet bepaald mee. ‘’Er zitten zoveel verantwoordelijkheden aan 18 jaar zijn. Je moet belasting betalen, je moet dit en je moet dat. Ik wilde die verantwoordelijkheid niet, dan ben ik liever dood.’’ Twee dagen na haar 18e verjaardag mocht Phaedra naar huis, het kwaad was toen immers al geschied. ‘’Ik was maar 2,5 week opgenomen, maar ik stond toen echt emotioneel uit. Zeker ook de eerste avond dat ik daar was.’’ Phaedra zat in haar eindexamenjaar en had al haar examens met een voldoende afgesloten. Dat betekent natuurlijk roosjesavond. ‘’Ik kon daar niet bij zijn. Ik kreeg die avond een appje van een jongen uit mijn klas waarin hij vroeg waar ik was en dat mijn klasgenoten mij hadden gemist. Toen had ik wel even heel hard kunnen janken.’’

Hoewel Phaedra nog niet is uitbehandeld, is ze wel positief over wat de behandelingen haar hebben gebracht. Zij denkt dan ook dat haar doel bijna is bereikt. ‘’Op een aantal vlakken heb ik mijn doel bereikt, zoals bij mijn autisme, maar ik ben er nog niet.’’ Graag zou ze mee willen doen aan het Yes we can-programma. Daar wordt zij, samen met andere gegadigden, voor 10 weken opgenomen. Geen telefoon, geen laptop, geen tv. Alleen maar tien weken keihard aan jezelf werken. ‘’Ik hoop daarnaast ook echt dat ik mijn studie, gespecialiseerd pedagogisch medewerker, af kan maken.’’ Ze heeft voor zichzelf een nieuw doel gesteld; haar eigen ervaringen inzetten bij het helpen van de jeugd met soortgelijke problemen. ‘’Ik ben nu ook bezig met mijn tweede boek en deze wil ik heel graag publiceren.’’ Het belangrijkste vindt ze natuurlijk dat ze leert omgaan met haar chronische suïcidaliteit, zodat ze eindelijk weer echt kan leven.

Auteur: Merle van Erve
Foto: Phaedra