Traditie wint de wedstrijd

Hidde de Jong raapt de kleine goaltjes één voor één op. In de lente van 2025 hangt er een stilte over sportpark Het Schootsveld. De wekelijkse training van de jeugd was net afgelopen en waar hij vorige maand nog tien goaltjes nodig had, heeft hij er nu maar acht nodig. Hidde heeft zijn hart verpand aan de Koninklijke UD, de oudste club van Nederland. Maar sinds de verhuizing naar Het Schootsveld is de concurrentie in Deventer toegenomen. Aanmeldingen bleken minder trouw. Het ledenaantal zakt.
Ontmoedigd sloft Hidde naar het opberghok toe en legt de goaltjes op hun plek. De volgende keer dat de goaltjes iemand aankijken, zullen ze weer Hidde zien. Andere vrijwilligers zijn de laatste tijd ver te zoeken.

Hidde kijkt langs de lege velden. Het gras ligt er tip top bij. Geen spoor te bekennen van omgewoelde aarde achtergelaten door fanatieke slidings. Het enthousiasme in de club lijkt langzaam weg te ebben, en soms neemt het de trots van Hidde mee. Hidde voelt het besef omhoog kruipen: het 150-jarige jubileum nadert, maar het lijkt bij niemand op de kalender te staan. Dat jubileum moet gevierd worden, voelt Hidde. Hij ziet het voor zich: een gigantisch feest, een dag waarop het hele terrein weer zal voelen zoals vroeger. Kinderen die voor het eerst bij de club komen en nooit meer wegwillen. Ouders die Hiddes passie proeven en zich ter plekke aanmelden als vrijwilliger. Een groot toernooi, een vuurwerkshow en een eindfeest. Alles wat nodig is om de club weer te laten juichen.
Hidde slaapt die nacht nauwelijks. Dromen doet hij wel… over die grote feestdag die zijn club gaat redden.

Een week later stapt de trouwe UD’er de bestuurskamer binnen. Nog voordat Hidde zijn jas uit heeft gedaan, begint hij aan zijn pleidooi. Drie bestuursleden zitten tegenover hem. Donkere wallen hangen onder hun ogen. Sinds de verhuizing heeft de club het financieel zwaar. “Een receptie of een toespraak moet lukken,” zei de voorzitter. “Het moet groots!”, jubelde Hidde. Hij verkoopt zijn dromen over vuurwerk en een groot feest , maar de bestuursleden dromen niet mee. “Waar denk je dat we dat geld vandaan moeten halen?” Hidde laat zijn armen zakken. “Het is het 150-jarig jubileum,” probeert hij nog, maar zijn stem is al dunner. “We waarderen je inzet,” zegt een ander. “Dit past gewoon niet binnen het budget.”

Thuis aan de keukentafel staart Hidde naar een leeg vel papier. Met zijn hoofd begraven in zijn handen valt zijn oog op de voetbalschoenen die op de grond staan: maat 34. Het zijn de schoenen waarmee hij zijn debuut maakte bij zijn voetbalclub. Hij denkt aan het gevoel dat UD hem heeft gegeven toen hij zelf klein was. Is dit misschien de oplossing? Hiddes dromen maken een comeback: De jeugd, de toekomst van UD, komt de verandering brengen. Hidde stuurt een oproep in de groepsapp, verstuurt mails naar ouders en hangt posters op in het clubhuis. Wie meldt zich aan voor de jubileumcommissie? Hidde voelt zich een scout voor de eredivisie op zoek naar een nieuwe selectie. Na een dag logt hij eens in op de mail. Nog geen reactie. Elke dag blijft Hidde checken, maar de respons blijft uit. Zijn appjes zijn bij sommige spelers nog niet eens afgeleverd. De poster in het clubhuis is verdwenen onder nieuwe flyers en heeft nog geen blik ontvangen.

Een week later staat hij er. Een ‘jubileumcommissie’ bestaande uit Hidde, zijn vrouw Marjolein, die zich ook maar heeft aangemeld, en de voorzitter. Dit team redt het niet zonder versterking. Hidde doet nog een poging om de jeugd te bereiken. “Kom op nou jongens!”, roept Hidde tegen zijn team op de training. “We zijn UD! Dat moeten we vieren met elkaar.” Spelers kijken weg. Na de training lopen de jongens één voor één langs hem heen, sommigen met een vluchtige knik, anderen zonder iets te zeggen. De stille hoop in Hidde sijpelt langzaam weg.

De laatste training voor de zomerstop is aangebroken. Hidde besluit na afloop om nog een biertje te drinken in het clubhuis. Dat heeft hij al een lange tijd niet gedaan. Verstopt in een oude bekerkast vindt Hidde een foto. Rijen zwart-withoofden kijken hem aan. Mannen met snorren die allemaal hetzelfde lachen. Teams onder het stof ruikend naar geschiedenis. Hij vindt een vergeeld programmaboekje van een Heerendiner uit de jaren zeventig. Een menu vol gerechten die al jaren niet meer bestaan. Een speech van een oud-voorzitter, geschreven in sierlijke handschriftlijnen die hij bijna niet kan lezen. En ineens valt alles op zijn plaats. De kern van de club zit niet in een groot spektakel, niet in vuurwerkshows of grote bedragen. De kern zit in de oudheid, de traditie, de verhalen die niet kapot kunnen gaan, hoe leeg de velden ook zijn. Dít moet het zijn.

Zijn plannen worden ineens kleiner, maar veel steviger. Aan dezelfde keukentafel waar eerder alleen twijfel lag, schuift hij nu stoelen bij. Hij spreidt de foto’s uit, laat de voorzitter komen en legt uit wat hij voor zich ziet. Ze beginnen te werken met wat ze wél hebben: oude ledenlijsten, telefoonnummers, papieren uit een tijd dat UD meer dan een club was. Ze maken uitnodigingen met foto’s van vroeger, zoeken contact met leden die decennia niet zijn geweest. Het werk gebeurt in avonden die steeds langer worden, aan een tafel die steeds voller raakt. Na een moeizame eerste helft, lijkt de overwinning nog niet uit zicht.

Drie maanden later staat Hidde bij de ingang van het clubhuis. Hij springt van been op been alsof hij elk moment het fluitsignaal verwacht voor de belangrijkste finale uit zijn leven: een wedstrijd die niet op gras, maar op de witte tafelkleden van het clubhuis beslist zal worden. Hij trekt zijn colbert nog eens recht en spiekt ongeduldig om het hoekje. Twaalf tafels staan klaar, gedekt met witte kleden en een enkele, simpele bloem. Het is zo anders dan het grootse feest dat hij in gedachten had, zo klein. Hidde kijkt wanhopig naar de lange, opgedekte tafels. Wat als ze leeg blijven?

Dan, precies om kwart over zeven, gaat de deur open. Een oudere man met een grijze snor komt binnen, die zo uit de foto’s leek te zijn gestapt. Hij wordt gevolgd door twee anderen, die luid lachend een hand schudden van de voorzitter. Binnen tien minuten stroomt het clubhuis vol. Oude mannen en mannen van middelbare leeftijd, in pakken en blazers, sommige leunend op een stok, andere met een pas die nog iets weg heeft van een sprint over het veld. De heren van vroeger zijn terug.
Er worden verhalen verteld waarvan Hidde nooit had geweten dat ze bestonden. Anekdotes over voltreffers en strenge scheidsen. Hidde staart naar de overvolle zaal, zijn ogen glinsteren. Het Heerendiner is een voltreffer.

Aan het einde van de avond telt Hidde de achtergelaten formulieren: vier nieuwe aanmeldingen. Het is niet veel, maar het is een begin. Wanneer hij de deur achter zich sluit ziet hij de lege velden, die nu niet meer leeg lijken, maar klaar liggen voor de toekomst. En Hidde weet, terwijl hij de sleutel omdraait, dat dit precies is wat de club nodig had. Het begin van iets dat langzaam, maar zeker, weer kan groeien.