Steeds meer scholen verdwijnen uit dorpen: ‘Een zorgelijke ontwikkeling’

De verschillen tussen dorpen en steden zijn groot. Niet alleen met de voor de hand liggende voorzieningen als supermarkten, sporten en andere winkels, maar ook voor belangrijke voorzieningen als openbaar vervoer of onderwijs. Beperkt openbaar vervoer of beperkte onderwijsmogelijkheden zorgen ervoor dat jongeren in noordoost-Twente het moeilijker hebben hun daadwerkelijke droom of ambitie na te leven.

Het is algemeen bekend dat het verschil tussen stad en dorp of platteland nog altijd groot is. Ook in de politiek is dit probleem al vaak aangekaart. Voor de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen waren er meerdere partijen die beloofden hier verandering in te brengen. Zo gaf bijvoorbeeld het CDA aan meer te willen investeren in betere verbindingen van onder andere de trein, en ook het PvdA sloot zich daarbij aan. Bovendien wilden zij ook een belangrijk ander punt: meer onderwijsmogelijkheden om gebieden leefbaar te houden.

Laat dat nu net een heel belangrijk punt zijn. In Nederland zijn er 2.500 officiële woonplaatsen waarvan er meer dan 600 geen basisschool meer hebben, zo zocht het AD uit. Dat betekent dat in bijna één op de vier woonplaatsen geen basisschool meer te vinden is. In Twente zijn er 67 woonplaatsen waarvan tien geen eigen basisschool hebben, zo blijkt uit ons onderzoek. Dat ligt dus boven het landelijk gemiddelde. Toch is er dus nog ruimte voor verbetering.

Wat niet helpt is dat voor een dorp het verdwijnen van een school helemaal niet zo’n grote impact heeft als men zou denken, zo legt socioloog Jan Dirk Gardenier uit. “Men denkt dat het een vicieuze cirkel is. Als voorzieningen verdwijnen zien we echter niet dat mensen het dorp sneller verlaten. Er zijn niet echt dorpen waar gezinnen verhuizen omdat de school of winkel dicht gaat. Ook in kleine dorpen zonder school komen nog jonge gezinnen met kinderen wonen.”

Dat komt denkt hij doordat in de afgelopen jaren het idee van een dorp is veranderd. “Tegenwoordig heeft bijna iedereen een auto. Door die mobiliteit doen mensen nu bijvoorbeeld ook al een dorp verderop hun boodschappen. Zo’n tien jaar geleden was het nog vanzelfsprekend dat elk dorp een school had. Dat is nu veranderd.” Voor de dorpen zelf lijkt het dus mee te vallen als een basisschool moet sluiten, maar hoe zit dat met de jongeren zelf?

“Steeds meer ouders brengen hun kinderen naar een school buiten het dorp waar ze wonen”,  vervolgt Gardenier. “Nederland is klein en dichtbevolkt waardoor het volgende dorp meestal niet meer dan vijf kilometer verderop is. Tien minuten met de auto, een halfuur op de fiets of een uurtje lopen. Die problemen zijn dus te overzien.” Het wegvallen van een school in een dorp lijkt dus niet zo veel impact te hebben. Toch zijn er nog altijd verhalen te horen van jongeren die een lager niveau kiezen op de middelbare school omdat bijvoorbeeld een school die enkel vmbo aanbiedt dichterbij is dan een school met havo of vwo.

Een foto van het platteland, waar steeds meer scholen verdwijnen. (Bron: Pixabay)

De middelbare school is sowieso een gecompliceerde kwestie. In Twente hebben van de 67 woonplaatsen slechts zeventien een middelbare school. In zeven van deze zeventien woonplaatsen is het bovendien niet mogelijk om langer dan leerjaar twee op de school te zitten. Het is dan de bedoeling dat je doorstroomt naar een andere locatie. Enkele scholen bieden nog wel vmbo aan voor leerjaar drie en vier, dan moet je alleen voor een hoger niveau dus van school verhuizen.

Uit onderzoek van het SCP bleek dat er op het platteland sowieso meestal meer vmbo-scholen zijn. “Hoe kleiner en meer afgelegen een dorp is, hoe lager het gemiddelde opleidingsniveau is”, concludeerden de onderzoekers . Daarnaast constateerden zij dat er in dorpen lokaal vooral aanbod van banen is voor laaggekwalificeerd werk, waardoor “groepen niet uitgedaagd worden tot het volgen van een hoge opleiding”.

Er is dus een verschil tussen dorpen en steden betreffende onderwijsmogelijkheden, waarbij het grootste probleem de middelbare school is. Voor een Hogeschool of Universiteit zijn jongeren eerder geneigd om toch al uit huis uit te gaan, voor een middelbare school is dat niet gebruikelijk. Als er dan geen middelbare school in de buurt is die het gewenste niveau van een jongere aanbiedt, zal deze dan dus misschien wel liever een niveau lager gaan studeren. Vooral als je weet dat je na twee jaar van school moet wisselen als je een bepaald niveau wilt doen. Keuzes die veel invloed kunnen hebben op de toekomst van jongeren.

Daarnaast moeten ook steeds meer middelbare scholen hun deuren sluiten. De officiële organisatie VO sloeg in 2019 al alarm. Volgens hun voorspellingen zal het voortgezet onderwijs tot 2028 nog zo’n 12 procent aan leerlingen verliezen. Ook Linda Zeegers van de VO-raad is bang voor deze ontwikkeling en vindt het zorgelijk. Eerder maakte zij zich in gesprek met Metro al sterk voor meer investeringen vanuit de Overheid voor voornamelijk basisscholen. “Het onderwijs is de kurk waar de samenleving op drijft”, zei ze toen. “Het kabinet heeft nu een aantal incidentele oplossingen, maar dat is niet genoeg. De pijn in het basisonderwijs is momenteel het grootst. Dat is de basis en daar moeten we ons hard voor blijven maken. In Den Haag, maar ook onderling met de onderwijssectoren.”

Het verdwijnen van basisscholen lijkt in de regio Twente dus nog niet zo’n groot probleem te zijn. Wel zijn er maar weinig middelbare scholen en moeten sommige leerlingen na twee jaar van school wisselen om hun niveau te kunnen blijven volgen. Deze situatie is niet ideaal en de overheid zou er goed aan doen hier meer aandacht aan te besteden.

Dit artikel is geschreven door journalisten van PubliekPlein, een samenwerking tussen RTV Oost en studenten journalistiek. Zij publiceren verhalen en artikelen over dromen van inwoners van Noordoost-Twente. Wilt u uw verhaal doen, of wilt u meepraten over deze onderwerpen? Mail ons dan op infopubliekplein@gmail.com