Met de schrik vrijgekomen: “Thuis had ik het bedrag zo overgemaakt”

Het is een rustige donderdagochtend op het pas geschilderde kantoor naast het Isala ziekenhuis in Zwolle, waar Astrid* van 56 al langere tijd werkt. Rond kwart voor elf legt ze haar werkzaamheden even stil. Het is namelijk tijd voor een welverdiende pauze. Onder het genot van een heet bakje automatenkoffie met twee scheutjes melk en een gevulde boterkoek van thuis neemt Astrid plaats op haar favoriete stoel in de kantine. ‘Ping’, klinkt het exact om tien voor elf vanuit haar zilvergrijze iPhone 5. De Apple-telefoon weerkaatst het zonlicht als Astrid hem uit haar tas haalt. “Hoi mam, ik heb een nieuw nummer. Ik zit bij een ander provider, vandaar”, leest Astrid op WhatsApp. “Wie ben je dan?”, antwoordt ze al snel, ook al heeft we wel al een idee. “Wie denk je?”, komt er als antwoord in de chat.

Niks aan de hand, denkt Astrid. Ze denkt direct aan haar oudste dochter, die problemen heeft met internetbankieren op haar mobiel. “Mijn liefste dochter?”, grapt Astrid. “Ja mam”, klinkt het dan. Geen moment twijfelt Astrid aan de identiteit van de persoon aan de andere kant. Haar dochter zou best wel eens een nieuwe telefoon kunnen hebben, mét een nieuw nummer. Nietsvermoedend zit Astrid de rest van haar pauze uit in de middelgrote kantine.

Wat een gedoe, denkt ze even later. Inmiddels is haar pauze afgelopen en heeft ze alweer plaatsgenomen achter haar eigen werkplek op kantoor. Links naast het computerscherm staat de trouwfoto met haar man en daarnaast een foto van haar kinderen. Even later klinkt er opnieuw een melding vanaf haar iPhone, die ze op haar bureau heeft liggen. Na een paar minuten opent ze WhatsApp. “Mam, ik zit met een klein probleempje en ik wou vragen of je me kunt helpen”, luidt het bericht afkomstig van haar dochters nieuwe nummer. Het blijkt om een aantal rekeningen te gaan die betaald moeten worden. “Ik heb een ander toestel, alleen lukt het inloggen bij de bank niet. Wil je het voorschieten? Dan betaal ik je morgen terug met wat extra’s voor de hulp.” Ze denkt terug aan een aantal dagen gelden, toen haar dochter nog zei dat ze haar maandhuur niet kon betalen. Een betaalverzoek is niet heel vreemd dus, al vindt ze het wel vreemd dat ze iets extra’s terug wil storten. Dat is niks voor haar, denkt ze nog.

De cybercrimineel doet zich voor als een ander via WhatsApp.

Kapotte microfoon

De cybercrimineel stelt al vrij snel de vraag om geld over te maken.

“Stuur maar, wat een gedoe he”, typt Astrid terug. “Of bel maar even met papa.” Dat laatste blijkt echter een onmogelijke opgave, want even later komt er als reactie dat haar microfoon het niet doet. “Ik bel papa wel”, stuurt Astrid terug. Een paar minuten later heeft ze haar man aan de lijn, die het op dat moment erg druk heeft. “Heb je dat nou al geregeld met die reader?”, vraagt ze. Geïrriteerd klinkt het terug dat hij er nog geen tijd voor heeft gehad. Door de reactie van haar man lijkt het nog vanzelfsprekender dat haar dochter een betaalverzoek stuurt. Na het mislukte telefoongesprek appt Astrid dan ook naar het nieuwe nummer van haar dochter dat ze het maar ‘met papa moet regelen’. “Jaa maar ben al me nummers kwijt”, is direct het antwoord. Astrid is er ondertussen klaar mee en denk bij zichzelf: ik laat het los, klaar. Het is niet meer mijn probleem.

Een aantal uren later, Astrid is ondertussen al thuis van haar werk, zit ze aan de krakende eettafel met haar man en hun andere dochter. “Heb je nou dat geld al overgemaakt?”, komt er lichtelijk geïrriteerd uit de mond van Astrid. “Nee”, klinkt het terug. “Want ik heb net nog even gekeken en het is een heel raar rekeningnummer met een rare naam erbij.” Opeens klinkt er vanaf de andere kant van de tafel: “Hebben jullie niet gewoon te maken met WhatsAppfraude?” En dan valt bij Astrid het kwartje. “Shit, dat zou ook nog wel eens kunnen”, antwoordt ze lichtelijk gestrest. “Ik bel haar wel even”, hoort ze haar dochter zeggen, die direct haar zwarte Samsung-telefoon oppakt van tafel. “Hey met mij, heb jij vandaag contact gehad met pap en man?”, begint de dochter van Astrid, terwijl ze zelf gespannen meeluistert. Ook haar man houdt zijn adem in. ‘Nee’ is het duidelijke antwoord.

Astrid en haar man kijken elkaar aan en horen elkaars hersenen kraken: wat doen we nu? “We moeten direct de bank bellen”, stelt haar man uiteindelijk voor, maar een aantal extreem lang voelende minuten in de wachtrij later besluit hij toch maar weer op te hangen. Geen succes dus. “Dan de politie maar?” Zenuwachtig ademhalend zit Astrid op de grijze, stoffen bank te wachten terwijl haar man de politie aan de lijn heeft. ‘U kunt online aangifte doen’, hoort ze zachtjes door de telefoon. Later vertelt haar man dat ze ook nog even duidelijke screenshots moet maken om die aan de politie te geven. “Wat een geluk hebben we gehad”, denkt Astrid hardop na. “Als ik niet aan het werk was, maar thuis was geweest had ik het zo overgemaakt.”

*De naam Astrid is gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.