Een uur waar iedereen in de wereld past

Aan de rand van de stad staat een huis dat niet wil opvallen. Geen bord, geen felle kleuren, geen schreeuwende ramen. Het lijkt gewoon een huis, alleen iets groter. En met iets meer leven. Hier organiseert de Baalderborg Groep avonden voor mensen met een verstandelijke beperking, mensen die vaak afhankelijk zijn van begeleiding. En steeds vaker ook van gezelschap.

In Nederland voelt ongeveer de helft van de volwassen Nederlanders zich eenzaam. Niet iedereen kan makkelijk meedoen, ook niet binnen een zorggroep. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om precies dat gat te dichten: een moment van samen, een uur waarin niemand vergeten wordt.

Binnen ruikt het naar warme lasagne, vers gezette koffie en een vleugje schoonmaakmiddel. Het huis bruist. Stoelen schuiven. Mensen praten. Er wordt gelachen en gezucht.

Op een afstandje kijkt Harry toe. Hij wiegt. Niet haastig, maar ritmisch. Vingers drukken stevig tegen zijn oren. Het helpt een beetje tegen alle geluiden. Niet genoeg om alles buiten te sluiten, maar genoeg om te blijven zitten. Hij houdt niet van avonden waarop er ‘iets’ gaat gebeuren. Avonden met mensen. Avonden met geluid.

Hoe anders dan Vasaph, die rondloopt alsof hij een vragenlijst moet afwerken. “Waar woon jij?” vraagt hij, opnieuw en opnieuw. Dianne zit met rechte rug en handen op tafel. Zij straalt. Ze weet dat er gezongen gaat worden vanavond. Roelie zit half schuin, al klaar om te genieten. En Jacco wiebelt, niet van onrust zoals Harry, maar van spanning. En dan vraagt iemand hardop wat iedereen eigenlijk al wist. “Gaan we zingen?”

Dan gaat de deur open. Hij komt met rustige passen en een glimlach binnen. Jan Pieter. Altijd met dezelfde, enthousiaste energie. Altijd het gevoel dat hij tijd heeft, ook als hij die vast niet heeft. “Goedenavond,” zegt hij. Zijn glimlach verandert de kamer. Het blijft druk. Het blijft vol geluid. Maar er komt rust binnen lopen.

Hij zet zijn tas neer. Zijn gitaar leunt tegen een stoel. Hij kijkt rond en elke persoon krijgt een seconde de aandacht. “Zijn jullie er klaar voor?” vraagt hij. Ze antwoorden niet met woorden, maar met blikken. Dan pakt hij de klok. Zo’n grote, goudkleurige, zwaar ogend ding. Alsof hij zegt: dit moment telt. “Jullie weten het,” zegt hij. “Als de klok klinkt… dan begint de kerk.”

Iedereen wil slaan. Handen omhoog. En dan slaat Roelie. “Kling.” Een gevoel van magie stroomt door de kamer. Voor Harry niet. Voor hem klinkt de klok als bliksem. Het is net als een golf die dwars door zijn lichaam gaat. Zijn ogen knijpen dicht. Zijn wiegen versnelt. Zijn vingers drukken steviger tegen zijn oren. Zijn ademhaling snelt achter zichzelf aan.

Maar dan… de gitaar. De eerste snaar van het instrument is zacht. Een tweede snaar rustiger. Herkenbaar. Harry weet meteen welk liedje er wordt gespeeld. “Vrede voor jou,” zingt Jan Pieter. Dianne zingt meteen mee. Niet perfect, maar ook niet vals. Jacco volgt, half zingend, half pratend. Roelie klapt op de maat. Vasaph kijkt rustig in de rondte, alsof hij iedereen bij langs is geweest met zijn vraag. Harry wiegt nog steeds. Maar het verandert. Waar het eerst paniek was, wordt het ritme. Zijn schouders zakken.

Een begeleider loopt langs met de lasagne. De geur hangt warm in de kamer. Maar het eten blijft onaangeroerd, want ook de begeleider wordt geraakt door de snaren van Jan Pieter. En dan haalt hij een kaars uit zijn tas. “Een kaars!” roept Jacco meteen, alsof hij bang is dat iemand het anders niet gezien zou hebben. De vlam wordt aangestoken. Het licht beweegt zacht. En plotseling valt er stilte.

De kaars gaat rond. Jacco voelt de warmte en glimlacht. Elly houdt hem net een beetje te dicht bij haar gezicht, waardoor de warmte op haar wangen brandt. Vasaph kijkt alsof hij probeert te onthouden hoe licht eruitziet. En Harry? Hij blijft wiegen. Maar zijn handen zakken als hij het licht aangereikt krijgt. Heel even. Hij pakt het licht vast.

Dan vraagt Jan Pieter: “Wie of wat zal ik meenemen in het gebed?” Jacco steekt als eerste zijn hand op. Geen seconde twijfel. “FC Twente!” De kamer lacht. Dianne zegt direct: “Mijn oma.” Iedereen blijft stil. Jenny fluistert: “Mijn zus.” Vasaph zegt: “Jezus,” alsof hij iets logischer niet kon bedenken. Carla knikt en sluit zich aan. Gerrie kijkt naar haar handen en zegt zacht: “Mijn kinderen.” En Harry? Harry zegt niets. Maar hij denkt. Aan rust. Aan stilte in zijn hoofd. Aan de mogelijkheid dat deze avond misschien niet tegen hem was, maar voor hem. Misschien is dat ook een gebed.

De geur van koffie vult inmiddels de kamer. Glazen worden neergezet. “Koffie in een glas?” moppert Roelie. “Dat hoort in een mok!” De begeleider glimlacht en geeft haar gelijk. Iedereen lacht. Grapjes keren terug de kamer in. De lasagne staat er nog steeds. Onaangeroerd. Alsof zelfs eten moest wachten. Jan Pieter kijkt ernaar, en kijkt dan naar de begeleider. De begeleider begrijpt het. “Tijd om te eten,” zegt hij zacht. De begeleider knikt.

Stoelen schuiven. Koffie wordt gedronken. Lasagne verdwijnt eindelijk van het bord. Jacco praat weer over voetbal. Vasaph vraagt opnieuw waar iedereen woont. Roelie klaagt nog één keer over koffie in een glas. En Harry? Harry wiegt. Niet omdat de wereld mooier is geworden, maar omdat hij er, heel even, in paste.