Onderweg naar gezelschap

De regen hangt nog als een dun gordijn boven Ommen wanneer Annet bij het inloophuis aankomt. Haar jas is wat nat en ze veegt haar schoenen over de oude deurmat, het rubber van haar zool maakt een zacht schrapend geluid. Binnen is het warm en gezellig, de kachel zoemt zachtjes en de geur van vers gezette koffie vult de ruimte. Een groepje mensen staat al bij een tafel te kletsen, kopjes in de hand, een paar lachen om iets wat iemand net zei. Annet doet haar sjaal af en zegt: ‘’Ik kom hier voor het wandelen.’’

‘’Wat leuk dat je er bent,’’ zegt een van de vrijwilligers met een warme glimlach. ‘’Zoek maar een plekje uit, we drinken eerst een kopje koffie voordat we gaan lopen.’’ Annet schuift aan bij een tafeltje en neemt een slok van de lauwwarme koffie. Toch smaakt het haar wel, na de kou van buiten, voor het eerst die dag voelt de regen ook wat verder weg. Ze luistert naar de gesprekken om haar heen, glimlacht om een grap en voelt hoe de spanning uit haar schouders glijdt.

Na de koffie verzamelt een klein groepje wandelaars zich bij de deur. De regen is inmiddels gestopt, maar het pad langs de Vecht is op sommige stukken nog behoorlijk nat en glibberig. Annet trekt haar sjaal iets harder aan en voelt de snijdende koude wind langs haar gezicht. Het gras langs de rivier glimt nog wat van de regen en bladeren aan de bomen hangen zwaar, Annet kijkt veel om zich heen en laat alles op haar inwerken. Ze blijft een momentje even staan, kijken naar hoe een eend zwemt in het water.

Het eerste stuk loopt ze achteraan, een beetje aftastend nog. Ze ziet een paar mensen naast elkaar lopen en de gesprekken om haar heen gaan van kleinkinderen, naar een kapotte fiets, weer door naar het weer. ‘’Het waait harder dan gister,’’ zegt een van de mannen. Annet glimlacht mee en reageert vriendelijk wanneer iemand haar iets vraagt. Ze kijkt de kat nog wat uit de boom, maar ze luistert graag en geniet van de geluiden van de natuur om haar heen.

Na een tijdje komen ze bij een picknickbankje aan. Het hout is donker en glanzend van de regen, maar niemand trekt zich daar wat van aan. Een van de wandelaars haalt een thermoskan en een stapel kartonnen bekertjes uit zijn tas. ‘’Even opwarmen en de benen rust geven,’’ zegt hij, terwijl hij koffie inschenkt. Annet neemt een bekertje aan en voelt de warmte direct in haar handen trekken. Ze gaat op het natte bankje zitten en staart even wat voor zich uit, over de Vecht en laat het zachte geruis van het water en gekwetter van vogeltjes op zich afkomen.

De gesprekken gaan ondertussen op hetzelfde tempo door. Eerst over het nieuws, dan wat geklaag over FC Twente (‘’maar wel drie punten!’’), daarna nog een beetje geroddel over buurtbewoners. Annet luistert alleen, glimlacht op bepaalde momenten, maar al snel begint ze zich te mengen in de gesprekken. Ze vertelt over iets kleins dat thuis gebeurde, een grapje over haar kat, en merkt dat mensen echt luisteren naar wat ze zegt. Ze voelt zich langzaam op haar gemak in de groep, voelt hoe de spanning van het begin van de dag uit haar lichaam glijdt. Annet merkt dat ze lacht, niet alleen om een grap van iemand, het gevoel dat ze erbij hoort groeit beetje bij beetje.

De terugweg naar het inloophuis is een stukje sneller dan de heenweg. De schoenen van Annet zijn inmiddels modderig, de regen hangt nog in haar jas en haren, maar het maakt niet uit. Ze loopt naast een vrouw die een rode muts draagt, ze praten wat over boeken en een film die ze onlangs zag: ‘’Hoe heet die acteur nou?’’ De zon laat zich zelfs nog een klein beetje zien deze middag, een lichtstraaltje komt tussen de wolken door op het water. Wanneer ze het inloophuis weer naderen, staat de koffie alweer te pruttelen in het ouderwetse filterapparaat. De kou van buiten zorgt bij veel wandelaars voor een rode gloed op de wangen, binnen gaan ze zich even opwarmen bij de kachel. De anderen, die niet meegingen om te wandelen, begroeten ze en vragen hoe de wandeling was. Annet voelt zich opgelucht, het is niets groots, maar ze merkt dat ze iets goeds heeft gedaan voor zichzelf met deze wandeling.

Binnen schuift ze weer aan bij een tafeltje. Het geluid van de kopjes en schoteltjes, zachte stemmen en het gerinkel van lepeltjes in de kopjes, Annet kan er wel aan wennen. Ze kijkt om zich heen en realiseert zich dat dit iets is wat ze vaker moet doen, iets waar ze iedere week weer naar uit kan kijken. Ze voelt zich tevreden, hier tussen de mensen voelt ze zich minder alleen. Annet neemt nog een slok van haar koffie en hap van haar droge gevulde koek en denkt nu alweer vooruit naar de volgende wandeling met deze mensen.