Inwoners Ommen bepalen locatie nieuwe woonwijk

Waar moet Ommen in de toekomst uitbreiden? Die vraag stond centraal tijdens een gesprek met inwoners van de Overijsselse plaats, dat werd georganiseerd met studenten journalistiek van Hogeschool Windesheim uit Zwolle.

Tijdens het gesprek werd al snel duidelijk dat de inwoners verder kijken dan alleen de huidige woningnood. Er werd namelijk nadrukkelijk rekening gehouden met mogelijke toekomstige ontwikkelingen, zoals aanpassingen aan het spoor en de aanleg van een nieuwe rondweg. Volgens meerdere deelnemers bogen kunnen zulke veranderingen in de infrastructuur grote invloed hebben op de leefbaarheid van een woonwijk. Een wijk die nu nog rustig ligt, kan in de toekomst ineens worden ingeklemd door verkeer of spoor, wat de aantrekkelijkheid aanzienlijk vermindert.

Veel obstakels
Die vooruitblik speelde een belangrijke rol in de afwegingen van de deelnemende inwoners over mogelijk locaties. Verschillende opties kwamen ter sprake, maar werden al snel weer opzijgeschoven: zo zouden woonwijken aan de west- en zuidkant van Ommen al snel te maken krijgen met drukke doorgaande wegen. Andere locaties vielen af vanwege natuurgebieden, waar bouwen simpelweg niet is toegestaan.

Al vrij snel ontstond er opvallend veel eensgezindheid onder de inwoners. De meest geschikte plek voor een nieuwe woonwijk zou volgens hen ten oosten van Ommen liggen, aansluitend op Arriën. Gerrit Dankelman vatte die conclusie scherp samen: ,,Dit is eigenlijk ook de enige optie, want op de meeste andere plekken kan er niet worden gebouwd of is het qua leefbaarheid niet aantrekkelijk.’’

De ligging ten oosten van Ommen wordt gezien als relatief rustig en ook toekomstbestendig, tegelijk is het gebied goed te verbinden met de bestaande infrastructuur zodat niet alles nieuw aangelegd hoeft te worden.

Discussie over woningen
Nadat de inwoners het erover eens waren wat de locatie voor een nieuwe woonwijk moest gaan worden, verschoof de discussie naar de vraag wat voor soort woningen er in die wijk gebouwd zouden moeten worden. Daarbij liepen de meningen duidelijk meer uiteen, zo vielen al snel de termen ‘starterswoningen’ en ‘sociale huur’.  Tiny Hoving en Dankelman benadrukten dat vooral jonge inwoners en mensen met een lager inkomen moeite hebben om een woning te vinden in Ommen.

Cor de Feyter waarschuwde daarop voor een te eenzijdige invulling van de wijk. Hij benadrukte dat ook de economische kant niet uit het oog verloren mag gaan, volgens hem is het belangrijk dat er ook ruimte komt voor duurdere woningen. Die opmerking werd niet door iedereen gedeeld, zo reageerde Hoving kritisch en wees ze erop dat het aanbod in Ommen volgens haar al sterk gericht is op het midden- en hogere segment. ‘’De meeste nieuwe woningen die erbij zijn gekomen, vallen al in die categorie,’’ merkte zij op. Volgens Hoving ligt de grootste behoefte bij betaalbare woningen, voor starters en mensen die afhankelijk zijn van sociale huur.

Het gesprek leverde geen definitieve antwoorden op, maar gaf wel een helder beeld van hoe inwoners van Ommen aankijken tegen de toekomstige uitbreiding van hun woonplaats. De brede steun voor een locatie ten oosten van Ommen en de discussie over woningtypen laten zien dat de inwoners graag willen meedenken over beleid dat hen direct raakt.