De dag dat parkeren geen optie meer was
Dinsdagmiddag. De wind staat strak langs de Vecht wanneer Marlies De Stuw binnenrijdt. De automatische deur schuift open en laat een koude vlaag door de hal trekken. Ze voelt het langs haar wangen gaan, scherp en ongevraagd. Even blijft ze staan. Haar handen rusten op de wielen van haar rolstoel. Dit is het moment waarop ze meestal denkt: nog één vergadering, nog één keer uitleggen.
De Stuw is een maatschappelijk centrum in Hardenberg. Hier komen inwoners, organisaties en beleidsmakers samen om te praten over participatie, toegankelijkheid en meedoen. Het is een plek waar ideeën worden gedeeld, plannen worden besproken en afspraken genotuleerd, maar waar lang niet alles direct tot actie leidt.
Ze kent dit gebouw. De geur van koffie, het zachte gezoem van stemmen achter deuren, de posters aan de muur over inclusie en meedoen. Woorden die haar vertrouwd zijn geraakt, maar ook vermoeiend. Want woorden zijn hier zelden het probleem. Het probleem is wat er níét gebeurt nadat ze zijn uitgesproken.
Marlies rijdt richting de vergaderruimte. Haar banden zoemen over de vloer. Ze denkt aan het Pieterpad, aan de stukken waar ze niet langs kan. Aan de keren dat ze moest omkeren. Dat gevoel. Afhankelijk zijn van een route die voor anderen vanzelfsprekend is zit nog in haar lichaam. Daarom zit ze hier. Niet omdat ze vergaderen leuk vindt, maar omdat niets doen geen optie is.
Ze neemt plaats aan de lange tafel en zet haar rolstoel vast. De tafel is al half gevuld. Bekende gezichten. Mensen met functies en titels. Mensen die vriendelijk knikken, maar straks zullen zeggen dat het ingewikkeld ligt.
De koffie ruikt mild. Te mild. Ze neemt een slok en voelt de warmte haar keel in glijden.
Karin komt binnen met een iPad onder haar arm en opent de vergadering. Marlies volgt het begin half. Ze is gespannen. Niet nerveus, maar alert. Alsof ze haar lichaam alvast voorbereidt op weerstand.
Wanneer het Pieterpadproject op de agenda komt, spitst ze haar aandacht toe.
Henk, voorzitter van Platform Inclusief Hardenberg, leunt naar voren. Platform Inclusief Hardenberg werkt aan betere toegankelijkheid en brengt inwoners en beleidsmakers bij elkaar. “We kunnen hier als organisaties veel zelf in betekenen,” zegt hij. “Maar liever nog zonder meteen de gemeente erbij te halen. Dat maakt het snel complex.”
Marlies voelt haar kaken zich aanspannen. Ze heeft dit eerder gehoord. Eerst zelf. Later misschien. Als het werkt.
Ze ademt in. Zwijgen voelt veilig. Zwijgen is wat ze meestal doet. Want wie te veel duwt, wordt al snel lastig gevonden.
“Waarom niet?” vraagt ze toch.
Henk kijkt haar aan. “Omdat het dan politiek wordt. Traag. Als we eerst laten zien dat het werkt, staan we sterker.”
Marlies voelt haar hartslag versnellen. Ze denkt aan morgen. Aan overmorgen. Aan het pad dat morgen nog steeds niet toegankelijk is.
“Maar het gaat hier wel over de openbare ruimte,” zegt ze. “Over plekken waar ik elke dag langs moet.”
Er valt een korte stilte. Ze voelt de blikken op haar rusten. Niet vijandig, maar afwachtend.
“We moeten ook realistisch blijven,” zegt Henk.
Het woord raakt haar harder dan ze had verwacht. Realistisch. Ze hoort het vaker. Meestal wanneer iets te lastig wordt gevonden.
“Realistisch voor wie?” zegt ze. Haar stem trilt niet, maar ze voelt spanning in haar borst. “Voor mij is wachten geen neutrale keuze. Een ontoegankelijk pad blijft ontoegankelijk.”
Het gesprek verschuift. Budgetten. Tijdslijnen. Beperkingen. Marlies voelt hoe haar geduld langzaam weglekt. Ze herkent dit moment. Dit is waar het meestal weggeschoven wordt.
“Laten we dit parkeren,” zegt Henk.
Iets in haar verzet zich. Ze voelt het fysiek. Haar handen klemmen zich om de armleuningen.
“Nee dat vind ik niet,” zegt ze.
Het woord klinkt harder dan ze had bedoeld. Te laat om het terug te nemen.
“Laten we dat niet doen,” vervolgt ze. “We zeggen steeds dat we mensen willen betrekken. Maar als we blijven uitstellen omdat het ingewikkeld wordt, verandert er niets.”
De ruimte is stil. Ze hoort een stoel kraken. Iemand schuift met een kopje. Ze voelt haar hart in haar keel. Dit is het punt waarop ze kan terugkrabbelen. Zacht maken. Relativeren.
Dat doet ze niet.
Henk knikt langzaam. Hij zegt niets, maar hij luistert.
Na afloop pakt iedereen zijn jas. Marlies voelt de spanning langzaam uit haar schouders zakken. Karin worstelt met het hoesje van haar iPad. Het wil niet dicht. Ze zet haar metalen prothese stevig neer, ademt uit en krijgt het uiteindelijk voor elkaar.
“Ik red het wel,” zegt ze tegen iemand die wil helpen.
Buiten snijdt de wind langs Marlies’ gezicht wanneer ze naar de uitgang rijdt. Karin loopt een stukje met haar mee.
“Goed dat je dat zei,” zegt Karin. “Anders was het weer vooruitgeschoven.”
Marlies knikt. “Ik ben het zat om aan tafels te zitten waar niets wordt besloten.”
“Misschien moet je dan aan een andere tafel gaan zitten.”
Marlies kijkt haar vragend aan.
“Van de gemeenteraad.”

Recente reacties