Wonen aan de oevers van de Vecht, maar voor hoelang?
“Kling!” Een kopje met een rood vogeltje, waarschijnlijk een roodborstje, wordt op tafel gezet. De damp kringelt nog boven het hete water. De vijfentachtigjarige Loes pakt een tweede kopje en brengt hem naar haar een jaar oudere man Johan, die in de stoel bij het raam zit. Zijn krant ligt op zijn schoot, en zijn blik glijdt af naar de zon die door de grote ramen naar binnen valt. Hij kijkt wat afwezig. Het valt Loes op. “Wil jij ook een stroopwafel, Johan?” vraagt ze met een ietwat bezorgde blik. Hij knikt, glimlacht een beetje en pakt de wafel aan.
Het leven van Loes veranderde compleet toen zij en Johan twee jaar geleden hun vertrouwde huis in Almelo achterlieten en naar Hardenberg verhuisden. Jarenlang runden ze met plezier hun beddenzaak, een winkel waar ze nog steeds zo trots op is. “Iedereen kende onze naam!” zegt Loes, terwijl ze het warme kopje in haar handen neemt. Almelo was hun thuis. Loes voelde zich er veilig, geborgen en op haar plek, en ze wilde er nooit weg.
Toch werd het steeds moeilijker om er te blijven wonen. Johan zijn gezondheid ging achteruit, en een gelijkvloerse woning was noodzakelijk. “Steeds minder dingen lukten hem, dus het kon zo niet langer,” zegt ze zacht, haar ogen glijdend naar de stoel waar hij zit. Ze neemt een slok thee en kijkt naar het zonlicht dat van de Vecht weerkaatst. Het appartement waar ze nu wonen is klein, maar functioneel. De bruine meubels en de witte bank geven het een rustige uitstraling. Loes haar gezicht begint te stralen als ze de glazen deur naar het balkon opent. “Ik was gelijk verkocht,” zegt ze terwijl haar ogen het water niet verlaten.
Het mooie appartement neemt helaas niet alle zorgen weg. De Marslanden, de wijk waar het stel woont, ligt afgelegen. Er rijden geen bussen en het centrum van Hardenberg is tien minuten met de auto. Loes voelt de spanning opkomen als ze eraan denkt wat er gebeurt als ze straks niet meer kan autorijden. “Met de auto weg gaat nu nog, maar ik krijg steeds meer vrees,” zegt ze zacht, terwijl ze een tweede kopje thee inschenkt.
Die vrees blijft hangen. Loes vertelt over de activiteiten die ze zo graag bijwonen: de lunch op donderdag in de Höftekerk, evenementen van de Stuw, de bijeenkomsten met andere gepensioneerden. Alles lijkt weg te vallen als ze straks niet meer kan autorijden. Ook regelde Johan altijd de bankzaken en administratie. Het valt Loes zwaar, nu ze dat zelf moet doen. “Hij was echt the big man. Ik hoefde er niet naar om te kijken,” Haar ogen glijden naar een foto van een vrouw op haar smartphone. Haar dochter woont op Ibiza en kan niet altijd komen. Wanneer ze wel in Nederland is, probeert ze zoveel mogelijk te helpen met de belasting en administratie, maar dat lukt niet altijd.
Loes neemt nog een slok van haar thee en denkt aan het oude huis in Almelo. Ze mist de straten die ze kende als haar broekzak, de winkels waar ze altijd heen ging en de mensen die ze zo goed kende. “Ik vond het vreselijk om weg te gaan. Dat was mijn basis,” zegt ze. Alleen voor een mooi, modern appartement, hoog en in het groen, zou ze toegeven. En dat vonden ze hier, in de Marslanden.
Het appartement voelt perfect, maar blijkt toch niet perfect. Loes merkt dat haar angst voor eenzaamheid groeit. “Er rijden hier helemaal geen bussen. In Almelo reden die overal voorbij.” Ze kijkt naar buiten, naar de drukke weg achter het water, waar vrachtwagens, auto’s, maar geen bussen langskomen. De angst dat ze straks niet meer zelfstandig weg kan, valt haar zwaar.
Ze kijkt weer naar Johan, die de krant inmiddels bijna uit heeft. “Misschien moeten we toch wat dichter bij alles gaan zitten,” zegt ze met een bedroefde blik. Hoewel het haar lastig lijkt weer een hele fijne woning achter te laten, blijft het idee door haar hoofd spoken. Ze denkt aan de toekomst, aan de vrijheid die ze langzaam verliezen, en aan hoe afhankelijk ze eigenlijk zijn.
De zon glinstert op het wateroppervlakte en de geur van de kruidige thee hangt nog steeds in de ruimte. Loes kijkt naar het tafelblad, naar de kopjes en het lege schoteltje, waar de stroopwafels op lagen. Haar ogen glijden naar de grote ramen die de kamer vullen met licht. Ze voelt geluk, maar ook onzekerheid. Hoelang kunnen ze hier nog blijven wonen? Hoe lang kan Johan alles nog volhouden? De vragen blijven hangen, op deze prachtige middag aan de Vecht.

Recente reacties