Twee buren in een veranderende wijk

In het zuiden van Enschede ligt de Wesselerbrink, een grote wijk doordrenkt met verhalen. Geboren in de jaren ’60 als antwoord op een nijpend woningtekort, heeft de wijk nu een eigen identiteit omarmd. Met bijna 17.000 inwoners ademt de Wesselerbrink diversiteit, gevormd door mensen met zowel Westerse als niet-Westerse achtergronden. Terwijl de oorspronkelijke bakstenen de wortels van de wijk blijven symboliseren, ontvouwt zich een nieuw hoofdstuk. De Wesselerbrink, ontstaan uit noodzaak, is nu een kunstwerk van verschillende achtergronden. Dit brengt zowel positieve als negatieve gevolgen met zich mee.

Het is begin jaren ’50, en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog laat nog zijn sporen na bij de inwoners van Enschede. Toch heerst er ook een gevoel van blijdschap, dat de jaren van oorlog verleden tijd zijn. In heel Nederland, en dus ook in Enschede, wordt een babyboom ervaren. Er worden veel meer kinderen geboren dan de afgelopen jaren.
We verplaatsen ons een stukje verder in de geschiedenis, naar eind jaren ’60. De Enschedese jongeren stonden aan de drempel van volwassenheid, vastberaden om het ouderlijke huis te verlaten en een eigen gezin te starten. Een uitdaging deed zich voor: een schrijnend gebrek aan beschikbare woningen. In antwoord hierop besloot Enschede in diezelfde jaren drie grootschalige wijken te bouwen, waaronder de Wesselerbrink, om het woningentekort aan te pakken. De wijk werd niet alleen een fysieke ruimte, maar een belofte aan de nieuwe generatie, een plaats waar dromen werden gebouwd en levens gevormd.

Gerben

In het jaar 1943, een periode doordrenkt van oorlog, zag Gerben de Jong het levenslicht. Als oudste in een groot gezin voelde hij al vroeg de roep om het ouderlijke nest te verlaten. In zijn tienerjaren ontmoette hij zijn toekomstige vrouw Geesje en wist met zekerheid: zij was de ware. Samen een leven opbouwen werd een droom, maar door de woningtekorten stuiten ze op een grote uitdaging.

Hoe oplossingsgericht er in die tijd gedacht werd, bracht Gerben een jaar van zijn leven door bij zijn schoonouders. De verlangens naar een eigen plekje bleven echter branden. In 1970 deed zich een kans voor die het jonge stel niet kon laten schieten: een woning in de nieuwe wijk Wesselerbrink. Gerbens werk in de bouw opende de deur naar dit ogenschijnlijk ’te dure’ thuis. De huizenprijzen waren destijds enorm gestegen, waardoor de woningen in de nieuwe wijken eigenlijk te duur waren voor de ‘normale’ Enschedeër. Gerben besloot de kans desondanks toch aan te pakken. Er was een toekomstplan nodig. Op de lange termijn was een verblijf bij zijn schoonouders niet houdbaar. Het stel wilde een gezin gaan vormen en dat leek nu toch mogelijk te gaan worden.

Arie

In het jaar 1984 streek Arie Westerhuis neer in de Wesselerbrink. Al die jaren daarvoor had hij Enschede als zijn thuis beschouwd, maar nu omarmde hij de charme van de relatief nieuwe wijk. Op de Sibculobrink, waar hij naast buurman Gerben kwam te wonen, vond Arie een woning waar hij met zijn vrouw Jannie introk. De Wesselerbrink was niet alleen een plek om te wonen; het was een gemeenschap waarin iedereen bekend met elkaar was. Gesprekken tussen buren waren de norm. Binnen de kortste keren vonden de bewoners elkaar, en zo ook Arie en Gerben. Het contact tussen de buren was niet alleen in de jaren ’80 goed, het beloofde een hechte band te blijven tot in de tijd waarin we nu leven.

De jaren ’60 en ‘70

In de vroege jaren van de wijk heerste er een gemoedelijke sfeer door de straten. Iedereen kende elkaar en begrip voor elkaar was niet meer dan normaal. In de jaren ’60 vonden de mannen, waaronder Gerben, hun plek voornamelijk op de arbeidsmarkt, terwijl de vrouwen zich omringden met de taken van het huishouden. Gerbens kinderen waren nog klein en vroegen om aandacht bij de ouders. Buiten waren de brinken een speelparadijs voor de kinderen. De vrouwen in de wijk leidden hun kleintjes ook vaak naar de zandbak, een plek waar niet alleen zandkastelen werden gebouwd, maar ook waar de meeste contacten tussen buren spontaan ontstonden.

Elk verhaal kent zijn wendingen en zo ook het verhaal over de Wesselerbrink. De wijk onderging in de daaropvolgende jaren aanzienlijke veranderingen. Aan het einde van de jaren ’70 vestigden er steeds meer arbeidsmigranten in Nederland. Onder hen bevonden zich in het begin Italianen en Spanjaarden, op zoek naar werk en een dak boven hun hoofd. Voor Gerben, die de wijk al een klein decennium had meegemaakt, was deze verandering opmerkelijk.

De jaren ’80 en ‘90

In de vroege jaren ’80 betrad Arie voor het eerst de Wesselerbrink, waar de aanwezigheid van arbeidsmigranten in de buurt inmiddels geworteld was. Hoewel er af en toe opstootjes plaatsvonden, herinnert Arie zich nog levendig hoe tijdens uitgaansgelegenheden groepen werden gevormd, waar de Nederlandse en Italiaanse gewoonten soms botsten. Ondanks de veranderingen in de samenstelling en de vermindering van de sociale omgang in de wijk bleven Arie en Gerben elkaar regelmatig opzoeken voor een kop koffie. Arie was gedurende een periode werkloos en spendeerde dus meer tijd thuis. Hierdoor voelde hij mogelijk het verschil in de samenstelling van de wijk sterker dan Gerben, die gewoon aan het werk was.

Eind jaren ’80 en in de jaren ’90 voegden zich ook migranten uit Turkije, Marokko en Syrië bij de wijk. Hun komst bracht nog meer nieuwe culturen met zich mee, merkbaar in het dagelijkse leven. ‘Buitenlandse’ bruiloften werden een regelmatige viering, vergezeld van jubelend getoeter en een parade van auto’s die door de wijk reden. Voor zowel Gerben als Arie waren deze gebeurtenissen een nieuw hoofdstuk, waarin de wijk steeds meer diversiteit kreeg.

Het heden

Door deze verschillende culturen ontstonden er ook spanningen tussen bewoners, vaak als gevolg van onbegrip door taalbarrières. Elkaar niet begrijpen kan dan heel vervelend zijn. In de jaren ’60 noemt Gerben de wijk nog gemoedelijk, maar dat is in de loop der tijd toch enigszins veranderd. De onderlinge contacten in de wijk zijn veel minder geworden. De vroegere ‘zandbakcontacten’, zoals je ze zou kunnen noemen, zijn nu slechts een vage herinnering. Het kost soms moeite om je eigen buren te leren kennen, zoals beide heren hebben ondervonden.

De Wesselerbrink draagt onbedoeld het stigma van het ondergeschoven ‘kindje’ van Enschede. Dat is niet alleen te wijten aan de veranderende samenstelling van de wijk, maar ook door de toegenomen aanwezigheid van maatschappelijke instellingen zoals Het Leger des Heils. Het is alsof de gemeente het idee heeft dat alles wel naar de Wesselerbrink kan worden geschoven. Het heeft de wijk, in de ogen van Gerben en Arie, tot het smeerputje van Enschede gemaakt.

Toch schijnt er ook een heldere zon over de wijk, mede dankzij de hechte samenwerking tussen buurtbewoners. Tijdens een van hun vertrouwde koffiemomenten zitten Gerben en Arie samen en raken ze in gesprek over de mooie initiatieven. De twee buren praten over de taallessen die nu in de wijk worden aangeboden om de taalbarrière te verminderen. Terwijl ze een slok nemen van hun koffie, verschuift hun aandacht naar de biljardtafel in wijkcentrum de Magneet. De biljardtafel beschouwen Gerben en Arie als hun nieuwste ontmoetingsplek. Terugkijkend op de vroegere ‘zandbakcontacten’ van de vrouwen, hebben de twee heren een eigentijdse traditie gecreëerd: de ‘biljardcontacten’.