Hoe de boomwortels van Van Gogh bij het Nijenhuis terechtkwamen

De boom in de tuin van Emmy Bergsma lijkt met zijn dunne stam en felgroene bladeren heel gewoontjes. Er is niks opmerkelijks aan de boom te zien, maar hij is ontzettend koppig: hij wordt in een korte tijd alsmaar groter, tot hij de tuin is ontgroeid. Emmy gaat opzoek naar een nieuwe plek voor hem, deze boom is namelijk wel degelijk bijzonder: hij komt voort uit een boom die Vincent van Gogh heeft geschilderd. Van Gogh schildert in 1890 een groep boomwortels, dit is zijn allerlaatste schilderij. De verf is nog nat als hij de korenvelden inloopt om zichzelf van het leven te beroven. We weten pas sinds de afgelopen 6 jaar waar in Frankrijk deze wortels zijn.

Een doosje ansichtkaarten uit Auvers-sur-Oise, gemaakt tussen 1900 en 1910, komt meer dan een eeuw later bij Wouter van der Veen terecht. Hij is wetenschappelijk directeur van het Instituut Van Gogh. Hij digitaliseert de kaarten en komt ze dan ook weer tegen als hij een paar maanden later de bestanden op zijn computer sorteert. Het geluid van de telefoon verstoort het sorteerproces, dit is de eerste schakel in een keten van toevalligheden. Hoe langer het telefoontje duurt, hoe meer Wouter onbewust naar afleiding zoekt: hij tuurt uit het raam naar de boom buiten, en draait zijn blik vervolgens naar de bomen van het ansichtkaartje op zijn scherm. Zijn aandacht ligt niet langer bij de stem aan de andere kant van de telefoon. Hij kan alleen maar staren naar de boomwortels terwijl in zijn hoofd de puzzelstukjes samenvallen. Het is dit moment in 2020 dat een kettingreactie veroorzaakt. Wat Wouter hier ziet, zijn namelijk inderdaad de boomwortels van Vincent van Gogh.

Emmy’s bewondering voor Van Gogh leidt haar naar Zundert, waar hij is geboren. Hier is ze om te werken in het gastatelier van het Vincent van GoghHuis en hierover post ze ook op haar Instagram. Laat het nou zo zijn dat de zus van Wouter, Heleen, hier in Nederland woont. Zij ziet de posts van haar oude studieleider voorbijkomen, Emmy heeft namelijk lesgegeven aan kunstenaars die les willen geven op scholen. Heleen leest daarin over Emmy’s fascinatie voor bomen en Van Gogh; dit doet haar denken aan het onderzoek van haar broer. Misschien is het omdat Emmy zich in Van Goghs geboorteplaats bevindt; maar het verlangen om ook naar zijn plek van overlijden te reizen groeit, en zal groter worden met elk toeval dat volgt.

 

Onderweg naar Breda ziet Emmy een bordje langs de weg:

 

Auvers-sur-Oise 400 km

 

Ze lacht erom, maar blijft er maar aan denken; zo ver is dat eigenlijk niet. In een split seconde besluit er naartoe te gaan.

Het duurt dan ook niet lang voordat haar koffers klaarstaan. Over een dag zal ze de reis afleggen. In Zundert komt de directeur van het museum langs in het atelier, maar hij is niet alleen. Alsof hemel en aarde met haar meereist is daar ook de projectleider van de plek van het laatste schilderij in Auvers-sur-Oise. Emmy vertelt haar over hoe graag ze contact zou willen hebben met de mensen daar, zodat ze misschien dichter bij de boomwortels kan komen. De projectleider pakt haar telefoon, ze verstuurt een berichtje op WhatsApp en het is geregeld: ze kan de boomwortels bezoeken.

In Auvers-sur-Oise zijn de boomwortels afgebakend met een hek van houten platen. De eigenaar van het land klimt langs de helling van het hek omhoog. Hij vertelt over de bomen: Robinia Pseudoacacia’s. Hij vertelt hoe ze groeien als een gek. De wirwar van wortels creëert ondefinieerbare vormen, dat verklaart waarom het schilderij in het Van Gogh Museum een hele tijd op zijn kop heeft gehangen. Bomen veranderen, ze groeien of vallen om. De één ziet ongehoorzame bomen met wortels die alle kanten op reiken, de ander ziet schoonheid. Zoals Van Gogh het omschrijft: ‘Als iemand echt van de natuur houdt, vindt men overal schoonheid.’

 

Achter het hek ervaart Emmy de plek als een archeoloog die voor het eerst haar gevonden schat in handen houdt; ze kijkt, voelt, en tekent. Ze volgt de kronkels en brengt in kaart wat ze ziet. Er ontstaat een lange observatietekening. Daarnaast ontstaat er een vriendschap met de mensen die de grond beheren. Wanneer ze een tweede keer terugkomt, vraagt ze aan de eigenaar of ze een loot van een boom mee mag nemen. Hij pakt gelijk een schop en graaft een stek voor haar uit.

 

In Frankrijk hebben de bomen de meest barre omstandigheden overleefd; Windvlagen en regenstormen zullen in de 130 jaar tussen Vincent van Gogh en Emmy Bergsma genoeg voorbij zijn gekomen. In Nederland koopt ze een pot, verse aarde en geeft de boom aandacht en zorg. Later blijkt dit te veel te zijn. De boom overleeft het niet. Net zoals in Frankrijk had ze de koppige boom gewoon zijn gang moeten laten gaan.

 

Dan volgt er nog een laatste toevalligheid: haar nieuwe vrienden uit Frankrijk komen nog een keer naar Nederland. Ze vraagt of ze nog een loot van de Robinia willen meenemen; ze krijgt er twee. Één van die bomen is in Zundert geplant bij het geboortehuis van Van Gogh, de ander staat eerst in Emmy’s tuin. Deze keer laat ze de boom met rust, tot hij zo groot wordt dat ze niet meer weet wat ze ermee aan moet. Ze besluit contact op te nemen met Beatrice von Bormann, de directeur van de Fundatie. Nu mag de koppige Robinia nog hoger groeien in de tuin van het Nijenhuis. Een stille herinnering aan de boomwortels die Vincent van Gogh ooit heeft geschilderd.